ostraka
HET BOXENSYSTEEM VAN DE INKOMSTENBELASTING

15

mrt

Op deze webpagina leest u de hoofdlijnen van het boxensysteem van de inkomstenbelasting.

WELKE INKOMSTENBELASTINGBOXEN ZIJN ER?

De inkomstenbelasting bestaat sinds 2001 uit een systeem van drie boxen voor de verschillende soorten inkomsten. Iedere box heeft een eigen belastingtarief. Box 1 bevat het belastbaar inkomen uit werk en woning, box 2 bestaat uit het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en box 3 omvat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

BOX 1: INKOMEN UIT WERK EN WONING

Het inkomen in box 1 bestaat uit het totaal van de inkomsten uit werk en woning, verminderd met de aftrekposten.

Inkomsten in box 1

In box 1 geeft u onder andere de volgende inkomsten aan:

  • loon, uitkering (bijvoorbeeld WW, AOW, WIA/WAO) of pensioenuitkering;
  • fooien en andere inkomsten;
  • inkomsten als freelancer, gastouder, beroepssporter of artiest;
  • winst uit onderneming;
  • resultaat uit overige werkzaamheden;
  • buitenlandse inkomsten;
  • periodieke uitkeringen (zoals uitkeringen van een lijfrente of partneralimentatie);
  • terugontvangen premies voor lijfrenten en dergelijke;
  • negatieve persoonsgebonden aftrek;
  • eigenwoningforfait (percentage van de WOZ-waarde);
  • kapitaalverzekeringen eigen woning.

Aftrekposten in box 1

De aftrekposten in box 1 zijn onder andere:

  • aftrekbare kosten van de eigen woning (eenmalige kosten en jaarlijkse kosten zoals hypotheekrente);
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen (betaalde premies voor lijfrenten of arbeidsongeschiktheid);
  • reisaftrek openbaar vervoer;
  • persoonsgebonden aftrek, zoals: betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor specifieke zorgkosten, studiekosten en andere scholingsuitgaven, aftrekbare giften, kosten voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten, onderhoudskosten rijksmonumentenpand, kwijtgescholden durfkapitaal en restant persoonsgebonden aftrek.

Belastbaar inkomen box 1

Het belastbaar inkomen in box 1 is het inkomen minus de aftrekposten. De uitkomst kan worden verminderd met de te verrekenen verliezen in box 1. Daarvan is sprake als het inkomen in box 1 over een eerder belastingjaar negatief was.

Inkomstenbelastingtarief box 1

De hoogte van de verschuldigde belasting in box 1 wordt berekend door het belastbaar inkomen in box 1 te vermenigvuldigen met de tarieven. Box 1 kent vier schijven met een oplopend inkomstenbelastingtarief tot maximaal 52 procent. Zie verder het overzicht van belastingtarieven en -schijven box 1 inkomstenbelasting 2017.

BOX 2: INKOMEN UIT AANMERKELIJK BELANG

Box 2 bestaat uit het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang is sprake als u samen met uw fiscale partner direct of indirect minimaal vijf procent heeft van:

  • de (genotsrechten op) aandelen of de winstbewijzen in een binnen- of buitenlandse vennootschap;
  • het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag.

Het belastbaar inkomen in box 2 is het voordeel uit aanmerkelijk belang verminderd met de te verrekenen verliezen in box 2 en uw persoonsgebonden aftrek (als u daarvoor in box 1 en box 3 te weinig inkomsten heeft).

Het inkomen uit aanmerkelijk belang bestaat uit twee onderdelen:

N.B. Als u ook een salaris ontvangt van de BV of NV, dan wordt dit salaris in box 1 belast.

Inkomstenbelastingtarief box 2

De hoogte van de verschuldigde belasting in box 2 wordt berekend door het belastbaar inkomen in box 2 te vermenigvuldigen met het tarief. Box 2 kent een inkomstenbelastingtarief van 25 procent (in 2014 gold eenmalig een tarief van 22 procent bij een belastbaar inkomen tot € 250.000).

BOX 3: INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN

Het voordeel uit vermogen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning, wordt belast in box 3. Dit wordt niet belast naar de werkelijke inkomsten, maar voor de inkomstenbelasting wordt gewerkt met een wettelijk forfaitair rendement dat wordt berekend over de grondslag sparen en beleggen.

Of u in box 3 belasting moet betalen over uw vermogen is afhankelijk van de hoogte van uw vermogen.

Vermogen in box 3

Uw vermogen is de waarde van uw bezittingen minus uw schulden op 1 januari van het belastingjaar.

Welke bezittingen geeft u aan in box 3?

In box 3 geeft u onder andere de volgende bezittingen aan:

  • bank- en spaartegoeden;
  • aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties (die niet in box 2 horen);
  • maatschappelijke beleggingen;
  • vorderingen, zoals uitgeleend geld en contant geld;
  • tweede woning, zoals een vakantiewoning;
  • overige onroerende zaken, zoals een woning die wordt verhuurd;
  • niet-vrijgesteld deel van kapitaalverzekeringen;
  • rechten op periodieke uitkeringen die niet in box 1 worden belast;
  • overige bezittingen, zoals uw aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren;
  • nabetalingen van toeslagen (opgeven als overige vorderingen);
  • rechten op een aandeel in een onverdeelde boedel.

Het gaat om de bezittingen op 1 januari van het jaar van aangifte. U geeft in box 3 op de waarde in het economisch verkeer van de bezittingen.

Welke schulden geeft u aan in box 3?

In box 3 geeft u onder andere de volgende schulden aan:

  • schulden voor consumptiedoeleinden, zoals een auto of een vakantie;
  • negatief saldo op een bankrekening;
  • schulden voor de financiering van aandelen (voor zover niet samenhangend met box 2), obligaties of rechten op periodieke uitkeringen;
  • schulden voor de financiering van de tweede woning of andere onroerende zaken;
  • (hypotheek)schulden die u niet in box 1 mag aftrekken, omdat de schuld niet tot de eigenwoningschuld behoort;
  • schulden volgens de Wet studiefinanciering (studieschuld) waarvoor u geen recht had op aftrek voor scholingsuitgaven;
  • schulden volgens de Wet studiefinanciering (studieschuld) die zijn ontstaan vanaf 1 september 2015;
  • bedrag van persoonsgebonden budget dat u moet terugbetalen;
  • nog te betalen erfbelasting;
  • een schuld ontstaan door een schenking op papier;
  • bedragen aan toeslagen die u moet terugbetalen;
  • een verplichting die u heeft omdat u kinderalimentatie moet betalen (alleen in 2015 en 2016).

Het gaat om de schulden op 1 januari van het jaar van aangifte. U geeft in box 3 op de waarde in het economisch verkeer van de schulden.

Voor de aftrek van schulden geldt sinds 2015 een drempel van € 3.000 (in 2013 en 2014 was dat € 2.900). Voor partners geldt het dubbele bedrag. Alleen het schuldenbedrag dat hoger is dan de schuldendrempel van box 3 komt in mindering op het vermogen.

Vrijstellingen

Bepaalde zaken zijn vrijgesteld in box 3 en hoeven niet te worden opgegeven als vermogen. De belangrijkste zijn:

  • roerende zaken voor persoonlijke doeleinden;
  • de niet opeisbare geldvordering op de echtgenoot van een overleden ouder van de belastingplichtige;
  • bossen, natuurterreinen, NSW-landgoederen;
  • voorwerpen van kunst en wetenschap;
  • bepaalde kapitaalsverzekeringen;
  • groene beleggingen;
  • bepaalde lijfrentevermogens;
  • pensioenvermogens;
  • kapitaalverzekeringen eigen woning.

Heffingvrij vermogen in box 3

Over een deel van het vermogen hoeft u geen belasting te betalen. Dit heffingvrije vermogen (=vrijstelling) bedraagt in 2017 € 25.000 (2016 € 24.437). Voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag.

Tot 2016 bestond voor AOW-ers met een laag inkomen een extra heffingvrij vermogen in box 3. Deze ouderentoeslag is vervallen in 2016.

Grondslag sparen en beleggen

De grondslag sparen en beleggen is de waarde van het vermogen (bezittingen min schulden) op 1 januari van het belastingjaar, na aftrek van het heffingvrije vermogen (tot 1 januari 2016 kon eventueel ook de ouderentoeslag van toepassing zijn).

Als u een fiscale partner en/of minderjarige kinderen heeft, dan moet u waarschijnlijk hun vermogen optellen bij uw eigen vermogen.

Eventueel kan op de grondslag sparen en beleggen in mindering worden gebracht het restant van de persoonsgebonden aftrek (als daarvoor in box 1 te weinig inkomsten zijn).

Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

Het belastbaar inkomen in box 3 wordt gevormd door het voordeel uit sparen en beleggen. Dit voordeel is wettelijk gesteld op een bepaald percentage van de grondslag sparen en beleggen.

Tot 2017 gold over het gehele vermogen een fictief rendement van 4 procent. Vanaf 2017 wordt gewerkt met drie vermogensschijven die elk een eigen fictief rendementspercentage kennen. Voor de percentages in 2017 klik hier , voor de percentages in 2018 klik hier.

Inkomstenbelastingtarief box 3

De hoogte van de verschuldigde belasting in box 3 wordt berekend door het belastbaar inkomen in box 3 te vermenigvuldigen met het tarief. Box 3 kent een inkomstenbelastingtarief van 30 procent.

Voorbeeldberekening inkomstenbelasting over 2016 in box 3

Bedragen Onderdelen
125.000 Bezittingen
- 15.000 Schulden (voor zover boven de schuldendrempel)
= 110.000 Bezittingen min schulden
- 48.874 Heffingvrij vermogen van u en uw fiscale partner: (2 x € 24.437)
= 61.126 Grondslag sparen en beleggen
x 4 % 2.445 Voordeel uit sparen en beleggen: vier procent van € 61.126
- 0 Eventueel restant persoonsgebonden aftrek uit box 1
= 2.445 Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen
x 30 % 733 Belasting box 3: 30 procent van € 2.445

VERZAMELINKOMEN

Voor veel regelingen is uw verzamelinkomen van belang. Het verzamelinkomen is het gezamenlijke bedrag aan inkomsten in de drie boxen. Uw verzamelinkomen wordt door de Belastingdienst bepaald en staat vermeld op uw aanslag inkomstenbelasting.

HEFFINGSKORTING

De hoogte van de verschuldigde inkomstenbelasting is niet alleen afhankelijk van het gezamenlijke bedrag van de belastingen over de drie boxen. Daarop worden nog in mindering gebracht de toepasselijke heffingskortingen en eventueel de werkbonus.

MEER WETEN OVER HET BOXENSYSTEEM?

Het bovenstaande is een uitleg op hoofdlijnen van de drie boxen van de inkomstenbelasting. Vanwege de omvang van de belastingwetgeving is het niet mogelijk om hier op elke situatie in te gaan. Als u naar aanleiding van het bovenstaande vragen heeft over uw specifieke situatie, dan kunt u natuurlijk altijd vrijblijvend contact met ons opnemen.

Auteur: mr. drs. J.C. (Hans) Scherff, laatst bijgewerkt 8 januari 2017.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:


Ostraka belastingadviseurs BV  •  Postbus 44   •   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   •   T 0183-76 05 22    •  info@ostraka.nl