ostraka
VERMOGEN EN DE EIGEN BIJDRAGE WLZ (AWBZ)

27

feb

Wie op grond van de Wlz zorg geniet, ziet een deel van zijn inkomen en vermogen opgaan aan de eigen bijdrage Wlz. In dit artikel geven wij uitleg over de eigen bijdrage Wlz en de mogelijkheden om daarop te besparen.

WAT IS DE EIGEN BIJDRAGE WLZ?

De Wet langdurige zorg (Wlz) vergoedt hoge medische kosten die niet binnen de zorgverzekering vallen. Tot 2015 verliep deze zorg via de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

Voor de zorg die op grond van de Wlz aan u thuis of in een zorginstelling wordt verleend, bent u een eigen bijdrage verschuldigd aan het CAK (Centraal Administratie Kantoor). Met die eigen bijdrage betaalt u een deel van de kosten zelf. De hoogte van uw eigen bijdrage Wlz is afhankelijk van inkomen en vermogen, uw zorg en uw persoonlijke situatie.

Sinds 1 januari 2013 is de eigen bijdrage Wlz voor mensen met vermogen omhoog gegaan door invoering van vermogensinkomensbijtelling. Door het met ingang van 1 januari 2016 vervallen van de oudertoeslag in box 3 van de inkomstenbelasting stijgt met ingang van 2018 voor de eigen bijdrage Wlz het bedrag waarover de vermogensinkomensbijtelling wordt berekend.

WANNEER BETAALT U EIGEN BIJDRAGE WLZ?

Als u gebruik maakt van zorg waarvoor u een Wlz-indicatie heeft, dan bent u meestal een eigen bijdrage verschuldigd.

Als u gebruik maakt van zorg thuis, dan is de hoogte van uw eigen bijdrage afhankelijk van de hoeveelheid zorg, uw inkomen, vermogen, leeftijd en gezinssituatie.

Als u gebruik maakt van zorg met verblijf dan geldt afhankelijk van uw situatie de hoge of lage eigen bijdrage Wlz. De hoogte van uw eigen bijdrage Wlz is afhankelijk van uw inkomen en vermogen. In 2017 bedraagt de hoge eigen bijdrage Wlz maandelijks maximaal € 2.312,60 (art. 3.3.2.1, lid 2, Blz).

De lage eigen bijdrage is in 2017 maandelijks minimaal € 160,60 en maximaal € 842,80 (art. 3.3.2.2, lid 3, Blz). De lage eigen bijdrage geldt alleen voor mensen die (nog) kosten hebben voor een huishouden buiten de zorginstelling. Bijvoorbeeld omdat uw verblijf tijdelijk is, omdat u voor uw kinderen moet zorgen of omdat u een thuiswonende partner heeft. Situaties waarin u de lage eigen bijdrage betaalt, zijn:

  • u verblijft voor het eerst in een zorginstelling, of uw vorige verblijf was meer dan 6 maanden geleden, dan betaalt u de eerste 6 maanden de lage eigen bijdrage;
  • u betaalt het levensonderhoud van uw kinderen jonger dan 27 jaar waarvoor u kinderbijslag ontvangt, uw kinderen krijgen studiefinanciering of u betaalt kinderalimentatie;
  • u woont in een zorginstelling en uw partner woont buiten de zorginstelling (let op: personen met een ongehuwden-AOW gelden als ongehuwd, ook als u niet wettelijk gescheiden bent);
  • u of uw partner heeft een volledig pakket thuis, een modulair pakket thuis, of een pgb Wlz;
  • u heeft een indicatie voor 4 tot 6 dagen verblijf per week;
  • u heeft een indicatie voor zorgzwaartepakket 10 (terminale zorg).

Op de website van het CAK staan de precieze voorwaarden.

HOE WORDT DE HOGE EIGEN BIJDRAGE BEREKEND?

De hoge eigen bijdrage Wlz wordt onder andere bepaald op basis van het (gezamenlijke) verzamelinkomen en de vermogensinkomensbijtelling en wordt als volgt berekend:

uw verzamelinkomen of belastbaar loon
- verschuldigde belasting of loonheffing
- premie zorgverzekering
- zak- en kleedgeld
- aftrek (niet-)pensioengerechtigde leeftijd
- 15 procent inkomsten uit tegenwoordige arbeid
- vrijstellingsbedrag
+ 8 procent grondslag sparen en beleggen (- evt. korting niet-pensioengerechtigde leeftijd)
= bijdrageplichtig inkomen
/ delen door 12
= eigen bijdrage Wlz per maand


Het verzamelinkomen van het peiljaar 2015 is vastgesteld door de Belastingdienst op uw aanslag inkomstenbelasting 2015. Als u geen belastingaangifte hoeft te doen, dan wordt het belastbare loon gehanteerd dat u in 2015 heeft ontvangen van uw werkgever(s) en/of uitkeringsinstantie(s).

De vermogensinkomstenbijtelling is nieuw sinds 1 januari 2013 en telt acht procent van de “grondslag sparen en beleggen” van box 3 van de inkomstenbelasting mee als inkomen bij de berekening van eigen bijdrage Wlz. Bij de grondslag sparen en beleggen telt niet al uw vermogen mee, per persoon geldt in het voor de eigen bijdrage 2017 relevante peiljaar 2015 een heffingvrij vermogen van € 21.330.

De inkomens- en vermogensgegevens krijgt het CAK van de Belastingdienst. Als die gegevens niet juist zijn, dan moet u daarover contact opnemen met de Belastingdienst. Tegen de vastgestelde eigen bijdrage Wlz kunt u binnen zes weken bezwaar maken bij het CAK.

Voor uw eigen bijdrage Wlz is het peiljaar voor het inkomen en vermogen het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het zorgjaar. Voor de zorg die u in 2017 gebruikt, is dus bepalend uw inkomen over 2015 en uw vermogen op 1 januari 2015. Wel is het mogelijk om peiljaarverlegging aan te vragen als tussen het peiljaar 2015 en het zorgjaar 2017 uw inkomen en/of vermogenspositie aanzienlijk is veranderd. Die aanvraag moet u tijdig indienen, zie daarover verder de website van het CAK.

UW VERMOGEN EN EIGEN BIJDRAGE WLZ

“OPETEN” VAN UW VERMOGEN

Bij invoering van de AWBZ in 1997 kwam een einde aan het opeten van het eigen vermogen zoals eerder gold onder toepassing van de Wet op de bejaardenoorden.

In 2001 is het opeten van het eigen vermogen gedeeltelijk weer teruggekeerd, doordat met de herziening van het belastingstelsel in 2001 box 3 van de inkomstenbelasting is ingevoerd. Over het bedrag van de grondslag sparen en beleggen van box 3 van de inkomstenbelasting geldt een forfaitair rendement van vier procent, welk rendement ook tot het verzamelinkomen hoort en dus meetelt voor uw eigen bijdrage Wlz.

Met ingang van 1 januari 2013 is het opeten van het eigen vermogen versterkt door invoering van de vermogensinkomensbijtelling. Deze vermogensinkomstenbijtelling heeft tot gevolg dat acht procent over uw grondslag sparen en beleggen van box 3 van de inkomstenbelasting 2015 wordt opgeteld bij uw bijdrageplichtig inkomen (art. 3.3.2.3, lid 1, onder c, Blz).

Door de Wlz-bijdrage kunt u dus jaarlijks voor 12 procent interen op uw vermogen, voor zover dat het heffingvrije vermogen overstijgt.

DE GRONDSLAG SPAREN EN BELEGGEN

De grondslag sparen en beleggen in box 3 van de inkomstenbelasting is het deel van uw vermogen boven het heffingvrije vermogen van € 21.330 per persoon in 2015 (2017: € 25.000). De grondslag sparen en beleggen bestaat uit het saldo van uw bezittingen en schulden in box 3 van de inkomstenbelasting.

Tot de bezittingen behoren bank- en spaarrekeningen, aandelen, obligaties, overige vorderingen, contant geld, een tweede woning, overige onroerende zaken, niet-vrijgestelde kapitaalverzekeringen, rechten op periodieke uitkeringen, overige bezittingen en virtuele betaalmiddelen. Uw eigen woning telt niet mee zolang die valt in box 1 van de inkomstenbelasting.

Voor een verdere uitlege van het boxensysteem van de inkomstenbelasting, lees hier verder.

SCHENKINGEN

Bij uw overlijden krijgen uw erfgenamen uw vermogen. Door echter al tijdens uw leven een gedeelte van het vermogen via schenking over te dragen op uw kinderen, kunt u uw box 3 vermogen verlagen. Om te zien hoeveel u belastingvrij kunt schenken en of er aangifte moet worden gedaan,

Bij uw overlijden krijgen uw erfgenamen uw vermogen. Door echter al tijdens uw leven een gedeelte van het vermogen via schenking over te dragen op uw kinderen, kunt u uw box 3 vermogen verlagen. Om te zien hoeveel u belastingvrij kunt schenken en of er aangifte moet worden gedaan,

VERVALLEN OUDERENTOESLAG PER 2016

Tot en met 2015 hadden AOW-gerechtigden in bepaalde gevallen via de ouderentoeslag recht op een hoger heffingvrij vermogen in box 3 (art. 5.6 Wet op de inkomstenbelasting). Dat deed zich voor in de volgende situaties. Als uw inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting in 2015 niet meer bedroeg dan € 14.431, dan gold een ouderentoeslag van € 28.236. Als uw inkomen in box 1 meer bedroeg dan € 14.431 maar niet meer dan € 20.075, dan gold een ouderentoeslag van € 14.118.

Deze ouderentoeslag in box 3 van de inkomstenbelasting is echter vervallen per 1 januari 2016. Hierdoor kan het voorkomen dat uw belaste vermogen op 1 januari 2016 ineens hoger was, waardoor u in 2018 een hogere eigen bijdrage Wlz moet betalen.

Bijvoorbeeld voor twee partners met beide de AOW-gerechtigde leeftijd en ieder een inkomen uit werk en woning van maximaal € 14.431 met gezamenlijk € 110.000 aan bezittingen minus schulden, bedroeg over 2015 de grondslag sparen en beleggen € 10.868 (uitgaande van een heffingsvrij vermogen van € 21.330 per persoon en een oudertoeslag van € 28.236 per persoon). Bij dezelfde uitgangspunten bedraagt over 2016 de grondslag sparen en beleggen € 61.126.

BIJZONDER VERMOGEN

Als er bij u sprake is van bijzonder vermogen, zoals een letstelschadevergoeding, dan telt dat vermogen niet mee bij de berekening van de hoogte van uw eigen bijdrage. Bij het CAK kunt u daartoe een verzoek indienen, zie het modelformulier op de site van het CAK.

FISCALE BEHANDELING VAN DE EIGEN WONING

Als u een woning bezit en daarin zelf woont, dan is voor de inkomstenbelasting sprake van een “eigen woning”. De eigen woning valt in box 1 van de inkomstenbelasting en telt niet mee als vermogen voor de hoogte van de eigen bijdrage Wlz. Als u de woning verlaat, dan zal dat op een bepaald moment effect hebben op uw box 3 vermogen en dus de hoogte van uw eigen bijdrage Wlz.

Als u de woning in 2013 verlaat en die daarna te koop zet, dan kwalificeert de woning nog tot het einde van het derde jaar na het jaar waarop u de woning verliet, als eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting. Als de woning daarna nog steeds niet is verkocht, dan wordt de woning met ingang van 1 januari 2017 in aanmerking genomen in box 3 van de inkomstenbelasting. De WOZ-waarde van de woning telt dan dus mee als vermogen voor het bepalen van de hoogte van uw eigen bijdrage Wlz in 2019. Let op dat als u gedurende die drie jaren de woning verhuurt, de woning dan gedurende de verhuurperiode wel verschuift naar box 3.

Als u in 2013 wordt opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis vanwege medische redenen of ouderdom en u de woning niet wilt verkopen, dan kwalificeert (uw aandeel in) de woning nog gedurende twee jaren als eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting. Met ingang van 1 januari 2016 wordt de woning in aanmerking genomen in box 3 van de inkomstenbelasting. De WOZ-waarde van de woning telt dan dus mee als vermogen voor het bepalen van de hoogte van uw eigen bijdrage Wlz in 2018.

Als u de woning in 2013 verlaat, verkoopt en de verkoopopbrengst op een spaarrekening zet, dan telt dit met ingang van 1 januari 2014 mee als vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting. Dit heeft dan effect op de hoogte van uw eigen bijdrage Wlz in 2016.

BEREKENING HOOGTE VAN DE EIGEN BIJDRAGE

De Wlz-bijdrage 2017 wordt berekend aan de hand van uw inkomensgegevens over 2015 en uw vermogen op 1 januari 2015. Op de website van het CAK staan rekenprogramma’s waarmee u inzicht kunt krijgen in het effect van uw vermogen u de hoogte van eigen bijdrage Wlz.

Hieronder staan twee voorbeeldsituaties om een indicatie te geven bij welk vermogen maandelijks in 2016 de maximale hoge eigen bijdrage Wlz van € 2.312,60 moet worden betaald:

  • voor een alleenstaande met in 2015 een bruto-AOW van € 14.170 en een bruto-pensioen van € 15.830 wordt in 2017 de maximale maandelijkse eigen bijdrage Wlz betaald bij een vermogen van circa € 210.000;
  • voor een alleenstaande met in 2015 een bruto-AOW van € 14.170 en een bruto-pensioen van € 25.830 wordt in 2017 de maximale maandelijkse eigen bijdrage Wlz betaald bij een vermogen van circa € 135.000.

TIPS OM DE EIGEN BIJDRAGE TE BEPERKEN

De eigen bijdrage Wlz is afhankelijk van uw inkomen, het forfaitaire rendement van vier procent over uw box 3 vermogen en daarnaast de vermogensinkomensbijtelling van acht procent over uw box 3 vermogen. Afhankelijk van uw situatie kan uw maandelijkse eigen bijdrage Wlz worden verlaagd als uw box 3 vermogen wordt verlaagd. Daarvoor bestaan verschillende mogelijkheden. Hieronder bespreken wij kort een aantal van die mogelijkheden.

OPEISBAARHEID GELDVORDERING KINDEREN REGELEN

Bij het overlijden van een van de ouders is het erfdeel door de kinderen vaak niet opeisbaar, de kinderen krijgen alleen een geldvordering op de langstlevende ouder. De langstlevende ouder mag dit gebruiken zolang hij/zij leeft. De geldvordering van de kinderen wordt echter niet als schuld gezien bij box 3 van de inkomstenbelasting. Het erfdeel van de kinderen verhoogt dus bij de langstlevende ouder het vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting, wat vaak tot gevolg heeft dat een hogere eigen bijdrage Wlz moet worden betaald.

Dit kan bijvoorbeeld worden voorkomen als de ouders in hun testament opnemen dat de geldvordering van de kinderen opeisbaar is op het moment dat de langstlevende ouder wordt opgenomen in een verzorgingshuis.

AFLOSSEN OVERBEDELINGSSCHULD

Als in het testament niet was geregeld dat de kinderen hun erfdeel bij de langstlevende kunnen opeisen, dan kan worden berekend of het in uw geval voordelig is om de overbedelingsschuld vrijwillig af te lossen.

Let op dat slechts aflossing tegen contante waarde vrij is van schenkbelasting. Als de schuld plus opgebouwde rente een nominale waarde heeft die hoger is dan de contante waarde en u lost de nominale waarde af, dan moet schenkbelasting worden betaald over het verschil tussen nominale en contante waarde.

AFZIEN VAN WETTELIJKE VERDELING

Als er geen testament is, dan heeft de langstlevende ouder volgens de wet het recht van gebruik van de erfdelen van de kinderen. De langstlevende ouder kan bij notariële akte van dat recht echter afzien binnen drie maanden na overlijden van de partner. Door gebruik te maken van die mogelijkheid wordt voorkomen dat bij de langstlevende ouder het vermogen stijgt met de erfdelen van de kinderen.

Let wel op dat er hierdoor dan geen gebruik meer kan worden gemaakt van het oprenten van de overbedelingsschuld, wat vanuit het oogpunt van te betalen erfbelasting nadelig kan zijn bij het overlijden van de langstlevende ouder.

NALATEN AAN DE KLEINKINDEREN

In uw testament kunt u op nemen dat bij het overlijden van de eerste partner een bedrag wordt nagelaten aan de kleinkinderen, wat pas opeisbaar wordt bij het overlijden van de langstlevende partner. Deze schuld aan de kleinkinderen verlaagt – in tegenstelling tot een schuld in verband met het erfdeel van de kinderen – wel het box 3 vermogen van de langstlevende partner.

Let wel op dat het box 3 vermogen toeneemt bij de kinderen (of als zij minderjarig zijn, bij hun ouders). Voor zover daardoor het heffingvrije vermogen wordt overschreden, moeten zij dus jaarlijks vermogensrendementsheffing betalen.

SCHENKINGEN

Bij uw overlijden krijgen uw erfgenamen uw vermogen. Door echter al tijdens uw leven een gedeelte van het vermogen via schenking over te dragen op uw kinderen, kunt u uw box 3 vermogen verlagen. Om te zien hoeveel u belastingvrij kunt schenken en of er aangifte moet worden gedaan, lees hier verder.

Sinds 2003 is voor schenkingen in beginsel geen notariële akte meer nodig. U moet nog wel langs de notaris voor het schenken van onroerende zaken, het schenken van aandelen of schenkingen die pas opeisbaar zijn bij uw overlijden.

SCHENKING OP PAPIER

Een schenking op papier is een vaak gebruikte mogelijkheid om het vermogen in box 3 te verlagen, terwijl men de middelen nog niet wil missen. Hierbij wordt dan een bedrag geschonken aan de kinderen en direct teruggeleend, waarbij de lening door de kinderen pas opeisbaar is op het moment dat u komt te overlijden.

Let wel op dat u over de lening daadwerkelijk jaarlijks rente van zes procent aan de kinderen moet betalen. Een ander aandachtspunt is dat de schuldigerkenning via een notariële akte moet, als u ook wilt besparen op de erfbelasting bij uw overlijden.

AFLOSSEN EIGENWONINGSCHULD

Als u spaargeld heeft maar ook nog een schuld heeft voor uw eigen woning, kan het interessant zijn om het spaargeld te gebruiken om de eigenwoningschuld af te lossen.

UW VERMOGEN ZIT VOORNAMELIJK IN UW WONING?

Zolang uw eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting valt, heeft dat geen effect op de vermogensinkomensbijtelling.

Na enige tijd wordt de woning echter wel in aanmerking genomen in box 3 van de inkomstenbelasting, zie daarover verder hetgeen hiervoor is aangegeven bij “fiscale behandeling van de eigen woning”.

Als u uw woning verkoopt dan stijgt door de verkoopopbrengst uw box 3 vermogen vaak aanzienlijk. Om een hoge eigen bijdrage Wlz te voorkomen kunt u het geld van de verkoopopbrengst schenken aan uw kinderen voor het einde van het jaar waarin de woning is verkocht.

VRIJSTELLING GROENE BELEGGINGEN

Voor box 3 van de inkomstenbelasting bestaat een vrijstelling voor “groene beleggingen”. Voor beleggingen in deze fiscaal erkende groene fondsen geldt een extra vrijstelling in box 3 in 2017 van € 57.385 per partner. Door het (gedeeltelijk) omzetten van spaargeld in groene beleggingen blijft uw vermogen gelijk. Wel verlaagt u door toepassing van deze vrijstelling de heffingsgrondslag sparen en beleggen, die van belang is voor de berekening van de hoogte van de eigen bijdrage Wlz.

MEER WETEN?

Door het vervallen van de ouderentoeslag van box 3 van de inkomstenbelasting kan het voorkomen dat sinds 1 januari 2016 uw belaste vermogen hoger is geworden en u vanaf 2018 wordt geconfronteerd met een hogere eigen bijdrage Wlz. Wilt u meer weten over de mogelijkheden in uw geval om te besparen op uw eigen bijdrage Wlz? Neem dan vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs.

Auteur: mr. drs. J.C. (Hans) Scherff, laatst bijgewerkt 9 januari 2017.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:


Ostraka belastingadviseurs BV  •  Postbus 44   •   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   •   T 0183-76 05 22    •  info@ostraka.nl