ostraka
BESCHIKKING GEEN LOONHEFFINGEN (BGL) VERVANGT VAR

15

okt

Let op: De Staatssecretaris van Financiën heeft een alternatief gepresenteerd voor de Beschikking geen loonheffingen (BGL) en de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Het streven is om per 1 april 2016 de huidige VAR-systematiek te vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Houd onze nieuwsberichten in de gaten voor de actuele informatie.

Wetsvoorstel: VAR wordt BGL (Beschikking geen loonheffingen)

In 2015 worden de opdrachtgever en de opdrachtnemer (freelancer of zzp’er) beiden verantwoordelijk voor de beoordeling of hun arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonheffingen. Dit staat in het wetsvoorstel voor het vervangen van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) door de Beschikking geen loonheffingen (BGL). Het doel van dit wetsvoorstel is het beter handhaven van het onderscheid tussen een dienstbetrekking en het ondernemerschap. Het kabinet wil echte ondernemers ondersteunen en tegelijkertijd schijnconstructies bestrijden.

Hieronder is een overzicht opgenomen van de belangrijkste veranderingen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers bij de invoering van de BGL.

Huidige situatie: VAR (Verklaring Arbeidsrelatie)

Bij de Verklaring Arbeidsrelatie vraagt een freelancer of zzp’er aan de Belastingdienst vooraf een oordeel of zijn inkomen wel of niet wordt gezien als loon. De opdrachtgever mag – onder voorwaarden – vertrouwen op de afgegeven VAR en er zijn voor de opdrachtgever geen gevolgen als achteraf blijkt dat er feitelijk toch sprake was van een dienstbetrekking. In dat geval zijn de financiële consequenties geheel voor rekening van de opdrachtnemer.

aanvraag VAR

Een VAR kan de opdrachtgever dus de zekerheid geven dat er geen loonheffingen hoeven te worden ingehouden en afgedragen. Door het belang van de VAR wordt schijnzelfstandigheid in de hand gewerkt. Dit resulteert in arbeidskrachten die op papier werken als zelfstandigen, maar in de praktijk eigenlijk een dienstbetrekking vervullen.

Nieuwe situatie: BGL (Beschikking geen loonheffingen)

De BGL maakt zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk voor de beoordeling van de arbeidsrelatie.

Via een internetmodule kan de freelancer of zzp’er een Beschikking geen loonheffingen aanvragen. Hierbij beantwoordt de opdrachtnemer een aantal vragen. Als deze antwoorden leiden tot een BGL, dan staat op de BGL vermeld (geformuleerd als stellingen) onder welke omstandigheden en voorwaarden de opdracht wordt uitgevoerd. Vervolgens moet de opdrachtgever de BGL met de stellingen controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt.

Als de antwoorden bij de aanvraag van een BGL niet leiden tot een BGL, ontvangt de opdrachtnemer van de Belastingdienst een afwijzing op de aanvraag. De opdrachtgever moet dan loonheffingen inhouden en afdragen over de betalingen aan de opdrachtnemer.

Een opdrachtnemer is niet verplicht om een BGL te gebruiken. Een opdrachtgever kan een opdracht geven zonder dat de opdrachtnemer een BGL heeft. In zo’n geval moet de opdrachtgever zelf beoordelen of loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen over de betalingen aan de opdrachtnemer.

BEOORDELING DOOR DE OPDRACHTGEVER

Als de opdrachtnemer aan de opdrachtgever een BGL geeft, moet de opdrachtgever de BGL controleren voordat hij de opdracht daadwerkelijk verstrekt. Deze controle houdt in dat moet worden getoetst of de omstandigheden en de voorwaarwaarden waaronder de opdrachtnemer de werkzaamheden uitvoert overeenkomen met de stellingen die op de BGL staan.

Alleen als de feitelijke situatie overeenkomt met de Beschikking geen loonheffingen, is de BGL voor de opdrachtgever vrijwarend. In dat geval hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden en af te dragen over de betalingen aan de opdrachtnemer.

Als de feitelijke situatie niet (meer) overeenkomt met de BGL dan moet de opdrachtgever zelf beoordelen of er loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen over de betalingen aan de opdrachtnemer. Bij verandering van de feitelijke situatie kan de opdrachtgever ook aan de opdrachtnemer vragen om een nieuwe BGL aan te vragen die past bij de nieuwe feitelijke situatie.

De opdrachtgever moet een kopie van de BGL bewaren in zijn administratie. Daarnaast moet de opdrachtgever de identiteit van de freelancer of zzp’er vaststellen.

Bij onduidelijkheden is het mogelijk om als opdrachtgever vooraf met de Belastingdienst te overleggen. Zo kan vooraf worden gesproken over de uitleg van bepaalde stellingen. Daarnaast kan de opdrachtgever ook vooraf een afspraak maken met de Belastingdienst over de relatie met al zijn opdrachtnemers, voor zover deze allemaal dezelfde werkzaamheden uitvoeren onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Op die manier kan de opdrachtgever zekerheid krijgen dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen over de betalingen aan deze groep opdrachtnemers, zonder dat de opdrachtnemers een BGL hoeven te overhandigen.

GEBRUIK VAN DEZELFDE BGL

De opdrachtnemer hoeft niet voor elke opdracht een nieuwe Beschikking geen loonheffingen aan te vragen. Zolang de werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden van een opdracht gelijk zijn, kan de opdrachtnemer dezelfde BGL gebruiken. Bij verandering van de werkzaamheden, omstandigheden of voorwaarden moet een nieuwe BGL worden aangevraagd.

De BGL is maximaal één kalenderjaar geldig. De Belastingdienst verlengt de BGL niet automatisch.

KWALIFICATIE VAN DE INKOMSTEN VOOR DE OPDRACHTNEMER

Met het afgeven van een BGL doet de Belastingdienst geen uitspraak over de kwalificatie van de inkomsten van de freelancer of zzp’er. Met andere woorden, de opdrachtnemer kan uit de Beschikking geen loonheffingen niet afleiden of zijn inkomsten voor de inkomstenbelasting kwalificeren als bijvoorbeeld winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden.

Pas bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting beoordeelt de Belastingdienst hoe de inkomsten van de opdrachtnemer moeten worden gekwalificeerd, ongeacht of er wel of geen BGL is afgegeven.

Gevolgen van de BGL voor de opdrachtgever

BEWIJSLAST EN NAHEFFINGEN

Door het vervangen van de VAR door de BGL wordt de opdrachtgever geconfronteerd met een grotere bewijslast. De opdrachtgever moet controleren of de omstandigheden en de voorwaarden waaronder de opdrachtnemer de werkzaamheden uitvoert overeenkomen met de stellingen die op de Beschikking geen loonheffingen staan. De Belastingdienst kan een aantal jaar later van de opdrachtgever vragen om aan te tonen dat de BGL daadwerkelijk aansloot bij de feitelijke situatie. Voor de opdrachtgever is dit niet eenvoudig. Daarbij loopt de opdrachtgever het risico om alsnog te worden geconfronteerd met een naheffing van loonheffingen.

Zekerheid vooraf is voor een opdrachtgever van groot belang, omdat een herkwalificatie van de arbeidsrelatie achteraf een behoorlijke financiële impact voor hem kan hebben. Een naheffingsaanslag loonheffingen is veelal in de praktijk niet verhaalbaar op de freelancer of zzp’er en er wordt veelal gerekend met een tarief van 108,3 procent (2014) waarbij geen rekening wordt gehouden met heffingskortingen. Daarnaast kan er een boete worden opgelegd.

Het is daarom van belang dat u als opdrachtgever uw interne processen rondom het inhuren van zelfstandigen aanpast. Ook is van belang dat uw werknemers die de BGL’s moeten gaan beoordelen over voldoende kennis beschikken om deze beoordeling goed te kunnen uitvoeren.

REIKWIJDTE VAN DE BEOORDELING DOOR DE OPDRACHTGEVER

De opdrachtgever moet controleren of de omstandigheden en de voorwaarwaarden waaronder de opdrachtnemer de werkzaamheden uitvoert overeenkomen met de stellingen die op de Beschikking geen loonheffingen staan. Dit betekent dat continu per opdrachtnemer alle op de BGL vermelde stellingen moeten worden getoetst en dat elke afwijking, hoe klein en onbetekenend ook, ertoe kan leiden dat de feitelijke situatie niet meer volledig conform de BGL is. Er zal dan een nieuwe BGL moeten worden aangevraagd die wel voldoet aan de feitelijke situatie of de opdrachtgever moet alsnog zelf beoordelen of er loonheffingen moeten worden ingehouden en afgedragen over de betalingen aan de opdrachtnemer.

Deze continue controle per opdrachtnemer leidt tot een enorme stijging van administratieve lasten voor de opdrachtgever en is onwerkbaar.

Overgangsregeling

De exacte datum van invoering van de BGL moet nog worden vastgesteld. Er is al wel een overgangsregeling bekend gemaakt.

De geldigheidsduur van een Verklaring Arbeidsrelatie die in 2014 is afgegeven wordt verlengd tot de datum waarop de Beschikking geen loonheffingen wordt ingevoerd. De freelancer of zzp’er hoeft dus geen nieuwe VAR voor het jaar 2015 aan te vragen en krijgt van de Belastingdienst ook niet automatisch een nieuwe VAR voor het jaar 2015.

Als een opdrachtnemer nog in 2014 of in 2015 andere werkzaamheden gaat uitvoeren of gaat werken onder andere omstandigheden en voorwaarden, dan moet hij wel een nieuwe VAR aanvragen. Ook deze VAR blijft vervolgens geldig totdat de BGL wordt ingevoerd.

Meer weten over de BGL of de VAR?

Wilt u meer weten over bovenstaande wijzigingen en welke gevolgen deze wijzigingen voor u hebben? Heeft u hulp nodig bij het inrichten of aanpassen van uw processen rondom het inhuren van zelfstandigen? Neem vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs.

Auteur: mr. J. (Janneke) Toonen-Scherff, laatst bijgewerkt: 29 december 2014.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Delen




Andere relevante artikelen
Ostraka belastingadviseurs BV  •  Postbus 44   •   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   •   T 0183-76 05 22    •  info@ostraka.nl