parkeerbelasting gemeente Tilburg | Ostraka belastingadviseurs BV
BEVOEGDHEIDSPROBLEMEN PARKEERBELASTING GEMEENTE TILBURG

8

aug

Bij het niet betalen van de verschuldigde parkeerbelasting kan een naheffingsaanslag worden opgelegd door de gemeente. Om daadwerkelijk parkeerbelasting te kunnen naheffen moet echter aan een aantal wettelijke eisen worden voldaan. Twijfelachtig is of gemeente Tilburg daaraan voldoet. De probleempunten zijn onder meer:

Deze probleempunten worden in dit artikel nader toegelicht.

Heeft u een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontvangen en wilt u daartegen in bezwaar? Of heeft u van P1 On Street BV een uitspraak op uw bezwaarschrift gekregen waarbij uw bezwaar ongegrond is verklaard en wilt u daartegen in beroep? Neem dan vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs voor een beoordeling van de mogelijkheden in uw situatie.

PLAATSEN WAAR PARKEERBELASTING MOET WORDEN BETAALD ZIJN NIET JUIST AANGEWEZEN

Een gemeente kan een parkeerbelasting invoeren bij gemeentelijke belastingverordening (art. 225 Gemeentewet). De gemeenteraad van Tilburg heeft dat gedaan door vaststelling van de Verordening parkeerbelastingen 2015. Daarin heeft de gemeenteraad bepaald dat de aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd in alle gevallen geschiedt door besluit van het college van gemeente Tilburg (art. 8 van de Verordening parkeerbelastingen 2015).

Het hier bedoelde collegebesluit van gemeente Tilburg betreft het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015. Dit aanwijzingsbesluit bevat echter niet de aanwijzing door het college van de plaatsen waar het kaartjesparkeren geldt (zoals in art. 8 Verordening parkeerbelastingen 2015 door de gemeenteraad van Tilburg is voorgeschreven). Art. 1 Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 is namelijk alleen gebaseerd op art. 2 Parkeerverordening 2011, welke bepaling alleen gaat over belanghebbendenplaatsen en vergunninghoudersplaatsen, maar niet over het kaartjesparkeren. Het college van gemeente Tilburg heeft dus geen aanwijzing van plaatsen gedaan zoals door de gemeenteraad is voorgeschreven in art. 8 Verordening parkeerbelastingen 2015.

Bij gebreke van een juist aanwijzingsbesluit van het college kan zich geen belastbaar feit voordoen. Het is dus maar de vraag of in gemeente Tilburg parkeerbelasting in de vorm van kaartjesparkeren is verschuldigd. Als dat niet het geval is, dan dient een opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting te worden vernietigd (Hof Amsterdam 24 mei 2002, nr. 01/1909).

IN GEMEENTE TILBURG IS HET ONTBREKEN VAN EEN ZICHTBAAR PARKEERKAARTJE NIET FATAAL

Op parkeerkaartjes van gemeente Tilburg staat achterop vermeld: “u bent verplicht de zijde met de tijdsaanduiding goed zichtbaar achter de voorruit te plaatsen”. De vraag is wat de consequentie is als daaraan niet is voldaan, bijvoorbeeld doordat het kaartje van het dashboard waait bij het sluiten van het autoportier.

Als het bovenstaande in een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag wordt aangevoerd met als bewijs overlegging van het gekochte parkeerkaartje, dan wijst P1 On Street BV – dat namens gemeente Tilburg de naheffingsaanslag oplegt en de bezwaren afhandelt – het bezwaar af. P1 On Street BV stelt dan in de uitspraak op het bezwaar dat het college van gemeente Tilburg voorschriften heeft gesteld en dat parkeren in strijd daarmee wordt aangemerkt als ‘parkeren zonder dat een parkeermeter in werking is gesteld’. Zo’n stellingname van P1 On Street BV is onbegrijpelijk omdat het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 van het college van gemeente Tilburg helemaal niet zo’n bepaling bevat.

Het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 bevat wel de bepaling dat een door de parkeerapparatuur vervaardigd ticket met de tijdsaanduiding naar boven in het motorvoertuig duidelijk leesbaar achter de voorruit moet worden geplaatst (art. 4, lid 2). Die bepaling is echter onverbindend omdat het college van gemeente Tilburg niet bevoegd was die bepaling vast te stellen:

  • Art. 225 Gemeentewet biedt namelijk geen grondslag voor het stellen van nadere eisen door het college omtrent de wijze waarop moet worden aangetoond dat de parkeerbelasting is voldaan. Art. 234, lid 2, onder a, Gemeentewet bevat wel de mogelijkheid om de voldoening op aangifte te beperken tot het in werking stellen van een parkeerautomaat op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college te stellen voorschriften, maar het college van gemeente Tilburg heeft het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 daarop niet gebaseerd.
  • Art. 2 Parkeerverordening 2011 ziet op het vergunningparkeren, dat is dus niet relevant voor de gevallen waarbij sprake is van kaartjesparkeren.
  • Art. 2 en art. 8 Verordening Parkeerbelastingen 2015 zien op de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling mag worden geparkeerd. Met deze bepalingen heeft de gemeenteraad geen delegatiegrondslag geboden voor het stellen van nadere eisen door het college omtrent de wijze waarop moet worden aangetoond dat de parkeerbelasting is voldaan.
  • Art. 11 Verordening Parkeerbelastingen 2015 bevat wel een algemene delegatiegrondslag voor het college, maar blijkens de aanhef is het Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 daarop echter niet gebaseerd door het college.

Het door het college getroffen art. 4, lid 2, Aanwijzingsbesluit Betaald Parkeren 2015 is derhalve onverbindend omdat een delegatiegrondslag van de gemeenteraad daarvoor ontbreekt.

De naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft in gemeente Tilburg – net als in de meeste gemeenten – de juridische vorm van een heffing bij wege van voldoening op aangifte. Daarbij moeten twee verschillende elementen worden onderscheiden: (1) de aangifte en (2) de betaling. Er kan alleen worden nageheven als te weinig parkeerbelasting is betaald (art. 20 AWR). Als de verschuldigde parkeerbelasting wel is betaald, maar de aangifte niet (correct) is gedaan kan dus geen parkeerbelasting worden nageheven. Als een parkeerkaartje per ongeluk niet meer zichtbaar is achter de voorruit, levert dat op zichzelf dus geen basis op voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De Hoge Raad heeft immers geoordeeld dat alleen kan worden nageheven wanneer geen of onvoldoende belasting is betaald (Hoge Raad 8 januari 1997, nr. 31657 en Hoge Raad 11 januari 2008, nr. 41262). In strijd daarmee wordt echter in uitspraken op bezwaar door P1 On Street BV:

  • gesteld dat het verplicht is dat het parkeerkaartje zichtbaar was en dat de consequenties van het niet zichtbaar zijn van het kaartje voor rekening van parkeerder komen;
  • verwezen naar een feitelijk oordeel van rechtbank Den Bosch, terwijl die zaak qua relevante feiten niet overeenkomt;
  • gesteld dat het niet controleren na het sluiten van de deur dat het parkeerkaartje goed zichtbaar was, voor risico van parkeerder komt.

De conclusie is derhalve dat in gemeente Tilburg het college op onbevoegde wijze heeft bepaald dat het verplicht is om het parkeerkaartje zichtbaar achter de voorruit te plaatsen. Zelfs als het college dat wel in de juridisch juiste vorm zou hebben geregeld, dan is dat nog niet relevant omdat de Hoge Raad heeft bepaald dat slechts van belang is of de parkeerbelasting volledig is betaald en niet of aan het voorschrift (dat het kaartje goed zichtbaar achter de voorruit is geplaatst) is voldaan.

Aannemelijk is dat P1 On Street BV dit ook weet, maar bij de bezwaarafhandeling wordt kennelijk een “knijp- en piepsysteem” toegepast. Een bezwaarschrift waarin wordt aangevoerd dat de parkeerbelasting wel was betaald en het kaartje van het dashboard was gevallen, wordt door P1 On Street BV met niet relevante teksten afgewezen. Nadat rechtsbijstand wordt ingehuurd om beroep in te stellen bij de Rechtbank wordt de naheffingsaanslag ineens alsnog ingetrokken door gemeente Tilburg.

BEVOEGDHEIDSPROBLEMEN BIJ HET OPLEGGEN VAN DE NAHEFFINGSAANSLAG

JURIDISCH KADER

Om de bevoegdheidsproblemen bij het opleggen van een naheffingsaanslag in gemeente Tilburg te bespreken, wordt hieronder eerst het juridisch kader voor het opleggen van een naheffingsaanslag kort uiteen gezet.

De bevoegdheid tot het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting berust bij de gemeentelijke heffingsambtenaar (art. 231, lid 2, onder b, Gemeentewet). De bevoegdheid tot het invorderen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting berust bij de gemeentelijke invorderingsambtenaar (art. 231, lid 2, onder c, Gemeentewet). Het college van gemeente Tilburg dient een besluit te nemen waarbij iemand als zodanig wordt aangewezen. Als het aanwijzingsbesluit niet de naam van een ambtenaar vermeld, maar een functieaanduiding, dan dient er ook een aanstellingsbesluit te zijn waarbij een specifiek persoon in die functie wordt benoemd.

Een naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt over het algemeen niet vastgesteld en bekendgemaakt door de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar zelf, maar door andere personen. De heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar moeten daarvoor mandaat verlenen. Als de gemandateerde personen niet onder de verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar werken, dan behoeft de mandatering instemming van de gemandateerde persoon en van degene onder wiens verantwoordelijkheid wordt gewerkt (art. 10:4 Awb).

Een besluit treedt pas in werking op het moment dat het is bekendgemaakt (art. 3:40 Awb).

PROBLEMEN IN GEMEENTE TILBURG

Op de vraag naar de stukken waaruit blijkt dat een naheffingsaanslag bevoegd is vastgesteld en bekendgemaakt, kan gemeente Tilburg slechts overleggen: het mandaatbesluit van de heffingsambtenaar/invorderingsambtenaar en een brief waaruit volgt dat iemand een arbeidscontract heeft met P1 On Street BV.

Met alleen die twee stukken toont gemeente Tilburg echter niet aan dat een naheffingsaanslag bevoegd is vastgesteld en bekendgemaakt. Daarvoor zijn nog minimaal de onderstaande stukken nodig, die niet zijn verstrekt door gemeente Tilburg.

Het aanwijzingsbesluit, het bewijs van publicatie daarvan en eventueel het aanstellingsbesluit door het college van gemeente Tilburg kan de gemeente desgevraagd niet overleggen.

De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheid om naheffingsaanslagen vast te stellen gemandateerd. Bewijs van publicatie van dit mandaatbesluit kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen.

De mandatering van de bevoegdheid om naheffingsaanslagen vast te stellen heeft plaatsgevonden aan personen met de functie van parkeercontroleur bij P1 On Street BV. Stukken dat de personen die naheffingsaanslagen opleggen bij P1 On Street BV de vereiste functie zouden hebben, kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen. De instemmingsbesluiten van de parkeercontroleurs en van degene onder wiens verantwoordelijkheid wordt gewerkt, kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen.

Een naheffingsaanslag parkeerbelasting van gemeente Tilburg vermeldt: “De gemeente Tilburg legt u een naheffingsaanslag op”. Gemeente Tilburg is echter geen bestuursorgaan maar een rechtspersoon, gemeente Tilburg kent meerdere bestuursorganen. De naheffingsaanslag maakt dus niet duidelijk om welk bestuursorgaan het zou gaan. Dit is in strijd met art. 10:10 Awb waarin is bepaald dat een krachtens mandaat genomen besluit dient te vermelden namens welk bestuursorgaan het is genomen.

De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheid om naheffingsaanslagen bekend te maken alléén gemandateerd aan de directeur van INVONED. Bij naheffingsaanslagen die zijn aangebracht onder de ruitenwisser is het volstrekt onaannemelijk dat de directeur van INVONED dat zelf zou hebben gedaan. Zulke naheffingsaanslagen zijn dus onbevoegd bekend gemaakt.

De mandatering om de naheffingsaanslagen bekend te maken heeft plaatsgevonden aan de directeur van INVONED. Bewijs van publicatie van dit mandaatbesluit kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen.

De mandatering om de naheffingsaanslagen bekend te maken heeft plaatsgevonden aan iemand die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de invorderingsambtenaar. Het daarvoor benodigde instemmingsbesluit van de directeur van INVONED kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen.

BEVOEGDHEIDSPROBLEMEN BIJ HET DOEN VAN UITSPRAAK OP BEZWAAR

De bevoegdheid om uitspraak te doen op een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting berust in beginsel bij de gemeentelijke heffingsambtenaar. Hij kan die bevoegdheid mandateren. De heffingsambtenaar van gemeente Tilburg heeft de bevoegdheid om uitspraak te doen op een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting alleen gemandateerd aan de directeur van P1 On Street BV.

Desgevraagd kan gemeente Tilburg echter geen stukken overleggen waaruit blijkt dat degene die de uitspraken ondertekent de directeur is van P1 On Street BV.

De mandatering om uitspraak te doen op een bezwaarschrift heeft plaatsgevonden aan iemand die niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar. Het in dat geval benodigde instemmingsbesluit van de directeur van P1 On Street BV kan gemeente Tilburg desgevraagd niet overleggen.

De heffingsambtenaar van gemeente Tilburg heeft alléén mandaat verleend aan de directeur van P1 On Street BV. Daarbij is niet vermeld dat de directeur bevoegd zou zijn om ondermandaat te verlenen. Toch worden uitspraken op bezwaar door medewerkers van P1 On Street BV afgehandeld, die daarop zelf een gescande handtekening van de directeur van P1 On Street BV knippen en plakken.

Zoals hiervoor is vermeld, wordt op de naheffingsaanslag parkeerbelasting ten onrechte niet vermeld namens wie de aanslag is vastgesteld. Voor zover dat al niet leidt tot onbevoegdheid bij het vaststellen van de naheffingsaanslag, dan heeft te gelden dat het niet vermelden van degene door wie de aanslag is opgelegd tot gevolg heeft dat er vanuit moet worden gegaan dat de aanslag is opgelegd door de heffingsambtenaar zelf (Hoge Raad 8 februari 2002, nr. 36.234). Wegens schending van art. 7:11, lid 1, Awb is het echter ontoelaatbaar dat op een door de heffingsambtenaar zelf genomen besluit, wordt beslist in mandaat (ABRvS 5 januari 2005, nr. 200400393). De directeur van P1 On Street BV is dus niet bevoegd om de uitspraak op bezwaar te nemen.

CONCLUSIE

Aan de parkeerbelasting van gemeente Tilburg kleven de nodige problemen. Heeft u een naheffingsaanslag parkeerbelasting ontvangen en wilt u daartegen in bezwaar? Of heeft u van P1 On Street BV een uitspraak op uw bezwaarschrift gekregen waarbij uw bezwaar ongegrond is verklaard en wilt u daartegen in beroep?

Neem dan vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs voor een beoordeling van de mogelijkheden in uw situatie.

Auteur: mr. drs. J.C. (Hans) Scherff, laatst bijgewerkt 11 september 2015.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:


Ostraka belastingadviseurs BV  •  Postbus 44   •   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   •   T 0183-76 05 22    •  info@ostraka.nl