ostraka
HOOFDLIJNEN VOORSTELLEN BELASTINGHERZIENING VOOR PARTICULIEREN

19

juni

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft op 19 juni 2015 de Tweede Kamer geïnformeerd over de mogelijke inhoud van de voorgenomen belastingherziening. Eind juni is het overleg met de oppositiepartijen echter al gestaakt. Alleen de minder ingrijpende onderdelen zullen worden doorgevoerd en zijn inmiddels opgenomen in het Belastingplan 2016. Klik hier om ons nieuwsartikel te lezen over de belastingwijzigingen 2016 voor particulieren.

Hieronder geven wij een overzicht van de voor particulieren belangrijkste wijzigingsvoorstellen.

RELEVANTE ONDERDELEN VAN DE BELASTINGHERZIENING

VERLAGING VAN DE INKOMSTENBELASTING OP ARBEID

Het doel van de belastingherziening is een daling van de inkomstenbelasting van gemiddeld circa € 800 per werkend huishouden. De lastenverlichting richt zich voornamelijk op werkenden.

In hoofdlijnen wordt in de belastingherziening het volgende voorgesteld:

  • een impuls geven aan de inkomensafhankelijke combinatiekorting (effect circa € 0,25 miljard) en een verhoging van de kinderopvangtoeslag (effect circa € 0,25 miljard) om zo de arbeidsparticipatie van werkende ouders met jonge kinderen te bevorderen;
  • de arbeidskorting verruimen voor inkomens tussen ongeveer € 20.000 en € 50.000 (effect circa € 2,5 miljard);
  • een verlaging van de inkomstenbelastingtarieven in de tweede en derde belastingschijf met circa 2%-punt van nu 42 procent naar 40,15 procent (effect circa € 2,7 miljard);
  • het bedrag vanaf waar het toptarief van 52 procent inkomstenbelasting is verschuldigd verhogen met circa € 8.000 tot € 65.000 (effect circa € 0,9 miljard);
  • deze maatregelen worden deels gefinancierd door de algemene heffingskorting sneller en volledig af te bouwen (effect circa € - 2,1 miljard).

Met deze maatregelen van de belastingherziening gaat een werkend huishouden er gemiddeld 1,5 procent (voor hogere inkomens) tot 3 procent (voor lagere inkomens) in koopkracht op vooruit, terwijl de koopkracht van niet-werkenden gelijk blijft.

STIJGING VAN DE BIJTELLING VOOR ZUINIGE AUTO'S

De bedoeling van de belastingherziening is het stimuleren van substantieel zuinigere auto’s en het realiseren van een beter uitvoerbaar en minder fraudegevoelig belastingsysteem.

De plannen zijn verder uitgewerkt in de Autobrief II, waarin onder andere het volgende staat. Het algemene bijtellingspercentage voor het privégebruik van een auto van de zaak wordt met ingang van 2017 verlaagd van 25 procent naar 22 procent. De fiscale stimulering van hybridevoertuigen wordt verminderd door de bijtelling in de jaren 2016, 2017, 2018 en 2019 te verhogen via respectievelijk 15, 17, 19 tot 22 procent. De nulemissievoertuigen blijven fiscaal gestimuleerd door een bijtelling van 4 procent tot een catalogusprijs van € 50.000.

Het aantal bijtellingscategorieën voor het privégebruik van een auto van de zaak wordt dus stapsgewijs verlaagd van nu vier, naar drie in 2017 en tot slot twee in 2019. Alleen de nulemissievoertuigen hebben dan een lagere bijtelling van 4 procent (met uitzondering van auto's duurder dan € 50.000). Vanaf 2019 hebben alle andere auto's een bijtelling van 22 procent.

Het hele pakket aan maatregelen in de Autobrief II is budgettair neutraal binnen het autodomein. Dat betekent dat alle maatregelen in de Autobrief II gezamenlijk geen lastenverzwaring of lastenverlichting opleveren. Wel zijn er verschuivingen tussen de diverse autobelastingen: bijtelling, motorrijtuigenbelasting (MRB) en belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM).

AANPAK BELASTINGONTWIJKINGSMOGELIJKHEDEN DGA

De belastingherziening meldt dat wordt gewerkt aan maatregelen om belastingontwijking door DGA’s bij emigratie tegen te gaan.

VERANDERINGEN VERMOGENSRENDEMENTSHEFFING 2017

Sinds 2001 kennen we in box 3 van de inkomstenbelasting een forfaitair rendement over het vermogen. Bij een forfaitaire vermogensrendementsheffing van 4 procent en een belastingtarief van 30 procent betekent dit dat nu dus jaarlijks over het vermogen 1,2 procent inkomstenbelasting moet worden betaald. Bij spaarrekeningen wordt het forfaitaire rendement van 4 procent echter al jaren niet gehaald. Dit heeft de laatste jaren tot veel bezwaarschriften bij de Belastingdienst, waarop de procedure van massaal bezwaar van toepassing is verklaard, bent u op zoek naar informatie over de massaal-bezwaarprocedure betreffende de box 3-heffing, klik dan hier om daarover verder te lezen.

Om dit op te lossen stelt het Kabinet-Rutte bij de belastingherziening voor om het rendement per vermogenssoort (spaarrekening, aandelen, onroerend goed) periodiek te gaan bepalen op basis van in de markt gerealiseerde rendementen. Met de verschillende forfaits zou worden bereikt dat de vermogensrendementsheffing gemiddeld beter aansluit bij het genoten rendement.

Door het kabinet wordt nog bezien of een tegenbewijsregeling mogelijk is als het daadwerkelijke rendement in een bepaald geval lager is dan het forfait van de vermogensrendementsheffing. Dat voorstel heeft het echter niet gehaald bij het belastingplan 2016.

AANVULLENDE MAATREGELEN VOOR BELASTINGHERZIENING

Afhankelijk van het politieke draagvlak had het Kabinet-Rutte nog een aantal opties voor de belastingherziening die relevant zijn voor particulieren:

  • afschaffing van het verlaagde BTW tarief voor veel goederen en diensten, waarbij de randvoorwaarde is dat mensen per saldo er niet op achteruitgaan (de BTW-meeropbrengst van € 5 miljard wordt via verlaging van de loon-en inkomstenbelasting volledig wordt teruggesluisd);
  • verruiming van de belastingen die gemeenten mogen heffen via onder andere de herinvoering van de OZB-gebruikersheffing op woningen en een gemeentelijke ingezetenenheffing, waarbij de lasten op arbeid met een vergelijkbaar bedrag worden verlaagd en de uitkering van het Rijk aan de gemeenten wordt verlaagd;
  • vereenvoudiging van de zorgtoeslag.

Na het stoppen van de onderhandelingen door D66 op 29 juni 2015 is de bredere belastingherziening voor 2017 van de baan. Geen van bovengenoemde aanvullende maatregelen is opgenomen in het Belastingplan 2016. Als onderdeel van het akkoord van 8 december 2015 met de D66 is afgesproken dat het Kabinet in de zomer van 2017 komt met een voorontwerp om € 4 miljard te verschuiven van de inkomstenbelasting naar de gemeentelijke belastingen, welk plan op zijn vroegst in 2019 wordt ingevoerd.

Auteur: mr. drs. J.C. (Hans) Scherff, laatst bijgewerkt: 8 december 2015.

Let op: Het bovenstaande artikel gaat over voorstellen uit juni 2015, bent u op zoek naar informatie over de belastingwijzigingen die zijn opgenomen in het Belastingplan 2016, klik dan hier om daarover te lezen.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:




Andere relevante artikelen
Ostraka belastingadviseurs BV  •  Postbus 44   •   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   •   T 0183-76 05 22    •  info@ostraka.nl