belastingwijzigingen 2017 - Ostraka belastingadviseurs
HOOFDLIJNEN BELASTINGWIJZIGINGEN 2017 VOOR PARTICULIEREN

20

sept

Let op: Het onderstaande artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2017. Wilt u informatie over de belastingwijzigingen per 1 januari 2018, klik dan hier om daarover te lezen.

Hieronder geven wij een kort overzicht van de belangrijkste belastingwijzigingen voor particulieren die per 1 januari 2017 zijn ingevoerd als gevolg van het op Prinsjesdag 2016 gepresenteerde Belastingplan 2017 en een aantal andere wetten.

Op 20 december 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2017, de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017.

MAATREGELEN BETREFFENDE HET INKOMEN

TARIEVEN INKOMSTENBELASTING BOX 1 EN HEFFINGSKORTINGEN 2017

Het tarief voor de eerste schijf van de inkomstenbelasting (tot € 19.982) blijft in 2017 36,55 procent (voor AOW-gerechtigden 18,65 procent). De tarieven voor de tweede en derde schijf van de inkomstenbelasting (bij een inkomen tussen € 19.982 en € 67.072) zijn in 2017 verhoogd met 0,4 procent naar 40,8 procent (voor AOW-gerechtigden is het tarief in de tweede schijf 22,9 procent).
De laatste schijf van de inkomstenbelasting, het toptarief, blijft onveranderd op 52 procent. Wel is de derde schijf iets verlengd, waardoor het toptarief pas van toepassing is bij een inkomen uit werk en woning vanaf € 67.072 (2016: € 66.421).
Voor een totaaloverzicht van de in 2017 geldende inkomstenbelastingtarieven in box 1 verwijzen wij naar ons tarievenoverzicht 2017.

ALGEMENE HEFFINGSKORTING 2017

De algemene heffingskorting bij de inkomstenbelasting is in 2017 verhoogd naar € 2.254 (2016: € 2.242).

Voor inkomens boven circa € 20.000 geldt dat de algemene heffingskorting lager wordt (afbouw) naar mate het inkomen hoger is. Sinds 2016 vindt volledige afbouw plaats. Vanaf een inkomen van circa € 67.000 is de algemene heffingskorting nihil.
Voor AOW-gerechtigden bedraagt de algemene heffingskorting maximaal € 1.151 in 2017.

In 2024 vervalt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner (ook wel genoemd: aanrechtsubsidie). Als de minstverdienende partner is geboren na 1962 dan wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting sinds 2009 afgebouwd. In 2017 wordt maximaal 40 procent uitbetaald.

ARBEIDSKORTING 2017

De maximale arbeidskorting is verhoogd van € 3.103 (2016) naar € 3.223, wat wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van circa € 20.000. De arbeidskorting is inkomensafhankelijk en wordt afgebouwd tot nihil bij een inkomen vanaf € 121.972 (2016: € 111.590). De inkomensgrens vanaf waar de arbeidskorting wordt afgebouwd, is in 2017 verlaagd naar € 32.444 (2016: € 34.015).
Voor AOW-gerechtigden bedraagt de arbeidskorting in 2017 maximaal € 1.645.

WERKBONUS 2017

In 2016 werd de werkbonus verleend aan personen die op 1 januari 2016 62 jaar waren, maar nog niet 64 jaar waren. Met ingang van 2017 is dit gewijzigd. De werkbonus wordt verleend aan personen die op 1 januari 2017 63 jaar zijn, maar nog niet 64 jaar zijn. Personen die in 2016 62 jaar zijn geworden, hebben dus in 2017 geen recht op de werkbonus.

VERVALLEN AFTREK VAN SCHOLINGSUITGAVEN MET INGANG VAN 2018

Voorgesteld is om de fiscale aftrek van scholingsuitgaven voor kosten voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep en waarvoor geen recht bestaat op studiefinanciering met ingang van 2018 af te schaffen.
In november 2016 is op verzoek van het kabinet de behandeling van het wetsvoorstel aangehouden door de Tweede Kamer. Er komt nog een brief van de minister waarin de voucherregeling is uitgewerkt. De bedoeling blijft om de fiscale aftrek per 2018 af te schaffen.

MAATREGELEN BETREFFENDE DE WONING

HYPOTHEEKRENTEAFTREK BIJ TOPTARIEF IN 2017 VERLAAGD

Als uw inkomen valt in de 52 procenttariefschijf dan is de betaalde rente in verband met de eigen woning sinds 2014 niet meer geheel aftrekbaar. In 2017 daalt het tarief waartegen de rente wordt afgetrokken naar 50 procent.

RENTEAFTREK BIJ WONING IN AANBOUW / BOUWKAVEL

Sinds 2014 is er goedkeurend beleid vanaf welk moment er sprake kan zijn van aftrekbare financieringsrente bij een woning in aanbouw. Dit beleid is nu omgezet in een wettelijke regeling. Van een eigen woning in aanbouw is sprake vanaf het moment van het sluiten van de koop-aanneemovereenkomst. Voor de start van de feitelijke bouwwerkzaamheden geldt standaard een periode van zes maanden waarin ook sprake is van een eigen woning. Daarnaast kan een belastingplichtige proberen aan te tonen dat in een bepaald geval de periode langer moet zijn dan de standaardperiode.

RENTEMIDDELING

Boeterente is de vergoeding die door de bank wordt gerekend in verband met het renteverlies over de nog resterende rentevastperiode als een lening geheel of gedeeltelijk wordt afgelost, gewijzigd of overgesloten. De boeterente hoeft niet in één keer te worden betaald, maar wordt opgenomen in het nieuwe rentepercentage en wordt zo uitgesmeerd over meerdere jaren. Dit heet rentemiddeling.
In het verleden waren banken niet voldoende in staat om de rente, de boeterenteopslag en de risico-opslagen afzonderlijk door te geven aan de Belastingdienst, wat tot gevolg kon hebben dat na rentemiddeling een lening niet meer voldeed aan de fiscale aflossingseis. Daarom was sinds november 2015 door de staatssecretaris goedgekeurd dat de boeterente in de praktijk als rente werd behandeld, om zo tegemoet te komen aan de uitvoeringsproblemen bij banken. Nu is dit in de wet opgenomen, zodat banken zonder fiscale belemmeringen rentemiddeling kunnen aanbieden.

VERRUIMING SCHENKINGSVRIJSTELLING EIGEN WONING 2017

Op grond van het Belastingplan 2016 is met ingang van 1 januari 2017 een schenking voor de eigen woning weer vrijgesteld tot € 100.000. Als voorwaarde geldt dat de ontvanger van de schenking tussen de 18 jaar en 40 jaar oud moet zijn. Daarnaast geldt de vrijstelling eenmalig in de relatie tussen de schenker en de ontvanger. De beperking dat deze vrijgestelde schenking door een ouder aan een kind moet worden gedaan is vervallen met ingang van 2017.
Het bedrag hoeft niet in één keer te worden geschonken. Voor zover de vrijstelling onbenut is, kan die in de direct volgende twee kalenderjaren alsnog worden benut, voor zover de schenkingen plaatsvinden voordat de verkrijger 40 wordt. De ten behoeve van de eigen woning geschonken bedragen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan worden aangewend ten behoeve van de eigen woning.
Voorwaarde is dat bij de aangifte schenkbelasting op de vrijstelling een beroep wordt gedaan.

Tot 1 januari 2017 gold dat alleen ouders eenmalig een belastingvrije schenking kunnen doen aan een eigen kind als het geschonken bedrag wordt besteed aan een eigen woning of bepaalde studie of opleiding. Hierbij gold in 2016 een vrijstelling voor de schenkbelasting van € 53.016. Zo'n schenking in 2016 voor de eigen woning kan in 2017 of 2018 wel alsnog belastingvrij worden aangevuld tot € 100.000.

AFTREK VAN UITGAVEN VOOR MONUMENTENPANDEN

Voorgesteld was om de fiscale aftrek van uitgaven voor kosten van onderhoud van een rijksmonumentenpand per 2017 te beëindigen. Voor de jaren 2017 en 2018 zou er een overgangsregeling komen in de subsidiesfeer.
Op verzoek van het kabinet is de behandeling en afhandeling van het voorstel in de Tweede Kamer aangehouden. Hierdoor blijft in 2017 de fiscale aftrek voor het onderhoud van monumentenpanden bestaan.

WIJZIGINGEN VERMOGENSRENDEMENTSHEFFING BOX 3

VERANDERINGEN MET INGANG VAN 2017

In box 3 van de inkomstenbelasting is het heffingsvrij vermogen (=vrijstelling) voor alleenstaanden verhoogd van € 24.437 in 2016 naar € 25.000 in 2017 (voor partners geldt het dubbele bedrag). Het fictieve rendement van de vermogensrendementsheffing is in 2017 verlaagd van 4 procent in 2016 naar 2,8708 procent bij minder dan € 75.000 heffingsgrondslag (vermogen € 100.000 minus € 25.000 vrijstelling). Bij een heffingsgrondslag boven € 75.000 is het fictieve rendement echter verhoogd: bij een heffingsgrondslag tussen € 75.000 en € 975.000 tot 4,6004 procent en bij een heffingsgrondslag boven € 975.000 tot 5,39 procent.

Het omslagpunt voordeel/nadeel van deze wijzigingen van de vermogensrendementsheffing ten opzichte van 2016 verschilt per situatie. Bij een alleenstaande ligt het omslagpunt rond een vermogen van circa € 250.000. Bij partners is het afhankelijk van de toedeling van het vermogen. Als alles wordt toegedeeld aan één persoon dan ligt het omslagpunt rond een gezamenlijk vermogen van circa € 245.000. Als het vermogen voor de helft aan beide partners wordt toegedeeld dan ligt het omslagpunt rond een gezamenlijk vermogen van circa € 485.000. Wie meer vermogen heeft, zal onder de nieuwe regels in 2017 dus meer vermogensrendementsheffing gaan betalen. Van de circa 3,3 miljoen personen die momenteel vermogensrendementsheffing betalen, zullen naar verwachting straks 3 miljoen personen minder in box 3 betalen onder de nieuwe regels.

De nieuwe regeling van de vermogensrendementsheffing voor 2017 is op zichzelf budgettair neutraal. De lagere belastingopbrengst door verhoging van het heffingsvrij vermogen en verlaging van het fictieve rendement in de eerste box 3-schijf wordt gedekt door verhoging van het fictieve rendement in de tweede en derde box 3-schijf.

HET FICTIEVE RENDEMENT IN 2018 EN LATER

Voor de jaren 2018 en verder kunnen de fictieve rendementen van de vermogensrendementsheffing jaarlijks worden aangepast. Het percentage in de eerste box 3-schijf wordt jaarlijks bepaald voor 67 procent op basis van de gemiddelde rentestand van de voorgaande vijf jaren en voor 33 procent op basis van het lange termijnrendement van beleggingen. Het fictieve rendement in de tweede box 3-schijf wordt jaarlijks bepaald voor 21 procent op basis van de gemiddelde rentestand van de voorgaande vijf jaren en voor 79 procent op basis van het lange termijnrendement van beleggingen. Het fictieve rendement in de derde box 3-schijf voor vermogens boven de € 1 miljoen wordt jaarlijks aangepast aan het lange termijnrendement van beleggingen.

Het nieuwe systeem van box 3 van de inkomstenbelasting zal na drie jaar worden geëvalueerd, waarbij de vermogensmix kan worden aangepast. Dan zal ook worden bezien of een vermogensrendementsheffing op het werkelijke rendement dan tot de mogelijkheden behoort. Bij het Belastingplan 2017 is de staatssecretaris van Financiën via een brief ingegaan op een heffing op basis van het werkelijk rendement. Daarbij is aan de Tweede Kamer verstrekt:

AUTO

BIJTELLING PRIVÉGEBRUIK AUTO 2017

In 2016 gold voor hybride auto’s een bijtelling van 15 procent bij een CO2-uitstoot tot 50 gram per kilometer en een bijtelling van 21 procent bij een CO2-uitstoot van 50-106 gram per kilometer. Op grond van overgangsrecht blijven die bijtellingspercentages gelden gedurende een termijn van vijf jaar voor auto’s die zijn aangeschaft voor 31 december 2016.

Voor auto’s die nieuw worden aangeschaft gelden nog maar drie bijtellingspercentages met ingang van 1 januari 2017: voor elektrische auto’s (nul emissie) 4 procent, voor alle andere auto’s tot en met 14 jaar oud 22 procent en voor auto’s van 15 jaar en ouder 35 procent.

Met ingang van 2019 gaat voor elektrische auto’s met een cataloguswaarde boven de € 50.000 de bijtelling omhoog van 4 procent naar 22 procent.

WIJZIGINGEN KINDREGELINGEN

KINDERALIMENTATIEVERPLICHTINGEN VANAF 2017 NIET MEER BOX 3 SCHULD

Kinderalimentatieverplichtingen kunnen vanaf 1 januari 2017 niet langer worden opgenomen als een schuld in box 3 van de inkomstenbelasting.

MAATREGELEN VOOR OUDEREN

WIJZIGING OUDERENKORTING 2017

Om de koopkracht van gepensioneerden in 2016 te repareren was de ouderenkorting in de inkomstenbelasting verhoogd van € 1.042 (2015) naar € 1.187 in 2016. Dat gold voor inkomens tot circa € 35.950. Vorig jaar was besloten dat deze verhoging eenmalig is. Per 1 januari 2017 zou de verhoging worden teruggedraaid en het bedrag aan ouderenkorting worden verlaagd naar € 1.019.

Bij het Belastingplan 2017 is echter besloten om de ouderenkorting in 2017 toch weer te verhogen. Nu tot een bedrag van € 1.292 om zo de koopkracht van pensioengerechtigden structureel te verbeteren. Deze hoge ouderenkorting geldt bij een verzamelinkomen van niet meer dan € 36.057. Bij hogere inkomens bedraagt de lage ouderenkorting in 2017 € 71.

MOTIE WIJZIGING OUDERENKORTING 2018

De ouderenkorting kent in 2017 een hoog bedrag van € 1.292 en een laag bedrag van € 71. Het hoge bedrag is van toepassing als het verzamelinkomen maximaal € 36.057 is. Bij een hoger inkomen is de lage ouderenkorting van toepassing. Deze abrupte daling van de ouderenkorting leidt tot een forse koopkrachtdaling bij een geringe toename van het inkomen. Daarom heeft de Eerste Kamer een motie aangenomen waarbij aan de regering wordt gevraagd om bij het Belastingplan 2018 met een voorstel te komen om de afbouw van de ouderenkorting geleidelijk te laten verlopen.

MEER WETEN OVER DE BELASTINGWIJZIGINGEN 2017?

Een uitgebreider overzicht van de Belastingdienst met de belangrijkste belastingwijzigingen 2017 kunt u hier lezen (opent in PDF). Wilt u meer weten over wat deze belastingwijzigingen in 2017 voor gevolgen voor u hebben? Neem dan vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs.

Auteur: mr. drs. J.C. (Hans) Scherff, laatst bijgewerkt: 5 januari 2017.

Let op: dit artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2017. Als u op zoek bent naar informatie betreffende de belastingwijzigingen per 1 januari 2018, klik dan hier om daarover te lezen.

<< terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:




Andere relevante artikelen
Ostraka belastingadviseurs BV  ?  Postbus 44   ?   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   ?   T 0183-76 05 22    ?  info@ostraka.nl