HOOFDLIJNEN BELASTINGWIJZIGINGEN 2018 VOOR PARTICULIEREN

19

sept

Let op: het onderstaande artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2018. Wilt u informatie over de belastingwijzigingen per 1 januari 2019, klik dan hier om daarover te lezen.

BELASTINGPLAN 2018

Op deze webpagina geven wij in het kort een overzicht van de voor particulieren belangrijkste belastingwijzigingen die per 1 januari 2018 zijn ingevoerd volgens het op Prinsjesdag 2017 gepresenteerde Belastingplan 2018 en een aantal andere wijzigingswetten. Ook de voorstellen uit het op 10 oktober 2017 gepresenteerde nieuwe regeerakkoord zijn vermeld.

Op 19 december 2017 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2018, het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017 en de afschaffing van "de wet Hillen".

MAATREGELEN BETREFFENDE HET INKOMEN

Inkomstenbelastingtarieven 2018 box 1

De inkomstenbelasting in box 1 bestaat uit vier schijven. Van de eerste schijf (tot en met € 20.142) blijft in 2018 het inkomstenbelastingtarief 36,55 procent (voor AOW-gerechtigden blijft het tarief 18,65 procent). Voor de tweede en derde schijf van de inkomstenbelasting (bij een inkomen tussen € 20.142 en € 68.507) zijn de tarieven in 2018 verhoogd met 0,05 procent naar 40,85 procent (het tarief in de tweede schijf voor AOW-gerechtigden is 22,95 procent).
Het toptarief van de inkomstenbelasting is verlaagd naar 51,95 procent. Daarbij komt dat de derde schijf iets is verlengd, waardoor de laatste tariefschijf begint bij een inkomen uit werk en woning hoger dan € 68.507 (2017: € 67.072).
Zie verder ons tarievenoverzicht box 1 voor een volledig overzicht voor de belastingtarieven in 2018.

Volgens het nieuwe regeerakkoord zullen de eerste drie schijven worden samengevoegd. Bij een inkomen tot circa € 68.000 wordt het inkomstenbelastingtarief 36,93 procent. Daarboven zal het tarief 49,5 procent worden. Deze veranderingen zullen op zijn vroegst in 2019 ingaan.

Algemene heffingskorting 2018

De maximale algemene heffingskorting bij de inkomstenbelasting is verhoogd naar € 2.265 in 2018 (was in 2017: € 2.254). De algemene heffingskorting bedraagt voor AOW-gerechtigden in 2018 maximaal € 1.157.

Bij een inkomen hoger dan circa € 20.000 wordt de algemene heffingskorting lager (afbouw) naar mate het inkomen hoger is. De algemene heffingskorting is nihil bij een inkomen hoger dan circa € 68.500.

Met ingang van 2024 vervalt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner geheel. In aanloop daarnaartoe wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting jaarlijks verlaagd als de minstverdienende partner is geboren na 1962. De maximale uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner in 2018 is 33 1/3 procent.

Volgens het nieuwe regeerakkoord zal met ingang van 2019 de algemene heffingskorting verder worden verhoogd.

Arbeidskorting 2018

In 2018 is de maximale arbeidskorting verhoogd naar € 3.249 (was € 3.223 in 2017). De maximale arbeidskorting wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 20.450. De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het inkomen. Naar mate het inkomen stijgt, wordt de arbeidskorting verlaagd. Als het inkomen hoger is dan circa € 123.000, is de arbeidskorting nihil. In 2018 ligt het inkomen vanaf welk punt de arbeidskorting wordt verlaagd rond € 33.100.

Voor AOW-gerechtigden bedraagt in 2018 de arbeidskorting maximaal € 1.658.

Als de minstverdienende partner de arbeidskorting niet (volledig) tegen de eigen inkomstenbelasting kan verzilveren, wordt de arbeidskorting (deels) aan hem uitbetaald mits de meestverdienende partner voldoende inkomstenbelasting betaalt. Volgens het nieuwe regeerakkoord zal met ingang van 2019 de uitbetaalbaarheid van de arbeidskorting bij voldoende partnerinkomen worden beperkt tot 26 2/3 procent en vervolgens jaarlijks in stappen van 6 2/3 procent worden verlaagd tot nihil in 2023. Daarnaast zal in 2020 de maximale arbeidskorting worden verhoogd. Daartegenover staat dat de afbouw van de arbeidskorting zal worden versneld bij een hoger inkomen.

Werkbonus vervalt

Met ingang van 2018 is de werkbonus voor oudere werknemers afgeschaft. Deze afschaffing vloeit voort uit het Belastingplan 2014.

Aftrek scholingsuitgaven vervalt nog niet

Betreffende de fiscale aftrek van scholingsuitgaven voor kosten voor een opleiding of een studie gericht op een (toekomstig) beroep, waarvoor geen recht bestaat op studiefinanciering, was in 2016 voorgesteld om die aftrek af te schaffen met ingang van 2018. Hoewel het voorstel in 2016 is aangehouden, bleef het wel de bedoeling om per 2018 deze fiscale aftrek af te schaffen. Inmiddels is het onderwerp controversieel verklaard door de Tweede Kamer. Pas door het nieuwe Kabinet zal een voorstel worden gedaan.

Verruiming onbelaste vrijwilligersvergoeding 2019

Volgens het nieuwe regeerakkoord zal met ingang van 2019 de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding worden verhoogd van € 1.500 (2018) naar € 1.700 op jaarbasis.

MAATREGELEN BETREFFENDE DE WONING

Lagere hypotheekrenteaftrek bij top­tarief

Als uw inkomen valt in de hoogste tariefschijf dan is de betaalde rente in verband met de eigen woning niet geheel aftrekbaar. Sinds 2014 wordt jaarlijks het tarief waartegen de rente wordt afgetrokken met 0,5 procent verlaagd. Op grond daarvan is het tarief in 2018 gedaald naar 49,5 procent.

Volgens het nieuwe regeerakkoord zal de aftrek van hypotheekrente versneld worden verlaagd vanaf 2020, door gedurende vier jaren de aftrek met 3 procent te verlagen tot uiteindelijk 36,93 procent. Compensatie zal in zijn algemeenheid plaatsvinden door het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen € 75.000 en € 1.060.000 te verlagen van 0,75 procent naar 0,6 procent. De uiteindelijke effecten van deze twee maatregelen zullen per persoon verschillen.

Vervallen voordeel bij geen of geringe eigenwoningschuld (aflosboete)

Als gevolg van de afschaffing van "de wet Hillen" vervalt met ingang van 2019 voor eigenaar-bewoners met geen of een lage eigenwoningschuld het voordeel dat zij per saldo geen belasting hoeven te betalen over de inkomsten uit eigen woning. Dit - sinds 2005 geldende - voordeel wordt met ingang van 1 januari 2019 over een periode van 30 jaren in delen afgebouwd. De afbouw vindt plaats met jaarlijkse stappen van 3 1/3 procent, waardoor het voordeel geheel is afgeschaft met ingang van 2048.

Vervallen restschuldregeling

Vanaf 1 januari 2018 zijn voor nieuwe restschulden de rente en kosten niet aftrekbaar. De restschuldregeling blijft wel gelden voor restschulden die zijn ontstaan voor 1 januari 2018; de aftrek geldt gedurende een periode van vijftien jaar na het tijdstip van vervreemding van de eigen woning.

WIJZIGINGEN VERMOGENS­RENDEMENTS­HEFFING BOX 3

Het fictieve rendement van box 3 in 2018

De vermogensvrijstelling in box 3 is met ingang van 2018 verhoogd naar € 30.000 (2017 was € 25.000) (€ 60.000 voor fiscale partners gezamenlijk). Hierdoor zijn in 2018 circa 360.000 belastingplichtigen niet langer belasting verschuldigd zijn over hun box 3 vermogen.

De hoogte van het fictieve rendement van box 3 wordt vanaf 2018 niet langer bepaald op basis van de gemiddelde rentestand van de voorgaande vijf jaren, maar op basis van de gemiddelde rentestand van de voorgaande zeven tot achttien maanden. Omdat voor het rendement over het spaargedeelte gebruik wordt gemaakt van actuelere cijfers is het fictieve rendement van de vermogensrendementsheffing in 2018 verlaagd naar 2,0166 procent bij minder dan € 70.800 heffingsgrondslag (vermogen € 100.800 minus € 30.000 vrijstelling). Bij een heffingsgrondslag tussen € 70.800 en € 978.000 is het fictieve rendement verlaagd tot 4,3258 procent. Bij een heffingsgrondslag boven € 978.000 geldt in 2018 een forfaitair rendement van 5,38 procent omdat het langetermijn rendement van beleggingen iets is gedaald.

MAATREGELEN VOOR OUDEREN

Wijziging ouderen­korting 2018

Het hoge bedrag van de ouderenkorting is met € 126 verhoogd naar € 1.418. Bij een verzamelinkomen hoger dan € 36.346 geldt de lage ouderenkorting, welke in 2018 € 72 bedraagt.

Geleidelijke afbouw ouderenkorting 2019

Als het verzamelinkomen hoger is dan € 36.346 dan is niet de hoge, maar de lage ouderenkorting van toepassing. Het grote verschil tussen het hoge en het lage bedrag heeft tot gevolg dat de koopkracht flink daalt als het inkomen gering toeneemt. Om die sterke daling te voorkomen heeft de Eerste Kamer in 2016 een motie aangenomen. Daarbij is aan de regering gevraagd om met een voorstel te komen bij het Belastingplan 2018 om de ouderenkorting geleidelijk af te bouwen naar mate het inkomen hoger is.

Uit het regeerakkoord volgt dat met ingang van 2019 bij een inkomen hoger dan circa € 36.500 de ouderenkorting wordt afgebouwd met 15 procent. Deze afbouw loopt door totdat de ouderenkorting nihil is bij een inkomen van circa € 47.500. Los hiervan zal de maximale ouderenkorting met ingang van 2019 worden verhoogd met € 160.

Alleenstaande ouderenkorting

Iemand die een AOW-uitkering krijgt voor een alleenstaande - of daar recht op heeft - krijgt de alleenstaande ouderenkorting. In 2018 is de alleenstaande ouderenkorting verlaagd van € 438 naar € 423.

WIJZIGINGEN ERF- EN SCHENK­BELASTING

Verdeling huwelijksvermogens­gemeenschap

Om taxplanning in te perken is met ingang van 2018 duidelijker in de wet vastgelegd in welke gevallen schenk- of erfbelasting verschuldigd is bij het aangaan van een huwelijk, het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden of het aangaan of wijzigen van een notarieel samenlevingscontract. In zulke gevallen wordt een schenking verondersteld als het aandeel van de minstvermogende partner in het totale vermogen hoger dan 50 procent wordt of als het aandeel van de meestvermogende partner in het totale vermogen toeneemt. Voor de erfbelasting gaat een vergelijkbare regeling gelden.

MEER WETEN OVER DE BELASTING­WIJZIGINGEN 2018?

Als u meer wilt weten over de gevolgen in 2018 van deze belastingwijzigingen voor u, neem dan vrijblijvend contact op met Ostraka belastingadviseurs.

, , laatst bijgewerkt: 4-1-2018.

Let op: dit artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2018. Wilt u informatie over de belastingwijzigingen per 1 januari 2019, klik dan hier om daarover te lezen.

« terug naar het nieuwsoverzicht


Interessant artikel? Deel dit dan via:




Contactgegevens

Ostraka belastingadviseurs BV
Postbus 44
4284 ZG  RIJSWIJK N-Br

T 0183-760522

info@ostraka.nl
  • Ostraka belastingadviseurs BV
  • 0183-76 05 22
  • info@ostraka.nl
  • Postbus 44
  • 4284 ZG
  • RIJSWIJK N-Br.