HOOFDLIJNEN BELASTINGWIJZIGINGEN 2020 VOOR PARTICULIEREN

17

sept

BELASTINGPLAN 2020

Op deze webpagina geven wij in het kort een overzicht van de voor particulieren belangrijkste belasting­wijzigingen die per 1 januari 2020 zullen worden ingevoerd volgens de op Prinsjesdag 2019 gepresen­teerde Miljoenennota 2020, het Belastingplan 2020 en een aantal andere wijzigings­wetten.


MAATREGELEN BETREFFENDE HET INKOMEN

Inkomsten­belasting­tarieven 2020 box 1

De inkomstenbelasting in box 1 kent in 2020 nog maar twee tarieven. Het tarief in de eerste schijf (tot en met € 20.711) wordt in 2020 verhoogd van 36,65% naar 37,35%. De tarieven in de tweede en derde schijf van de inkomsten­belasting (bij een inkomen tussen € 20.711 en € 68.507) worden in 2020 verlaagd naar 37,35% (2019 was 38,10%). Het toptarief van de inkomsten­belasting (bij een inkomen vanaf € 68.507) wordt verlaagd van 51,75% in 2019 naar 49,50% in 2020.

Voor AOW-gerechtigden kent box 1 in 2020 drie tarieven. Het tarief in de eerste schijf wordt in 2020 verhoogd van 18,75% naar 19,45%. Het tarief in de tweede schijf (tot en met ongeveer € 35.000) wordt in 2020 verlaagd van 20,20% naar 19,45%. In de derde schijf van de inkomsten­belasting wordt het tarief in 2020 verlaagd naar 37,35% (2019 was 38,10%). Het toptarief van de inkomsten­belasting wordt verlaagd van 51,75% in 2019 naar 49,50% in 2020.

Inkomsten­belasting­tarieven 2021 box 1
In 2021 wordt het basistarief verlaagd van 37,35% naar 37,10%.


Algemene heffings­korting 2020

Om de koopkracht van met name de lagere inkomensgroepen te verbeteren wordt de algemene heffingskorting verhoogd. De maximale algemene heffings­korting bij de inkomsten­belasting wordt volgens het Belastingplan 2020 verhoogd naar € 2.711 in 2020 (was in 2019: € 2.477). De algemene heffings­korting voor AOW-gerechtigden wordt verhoogd naar € 1.413 in 2020 (was in 2019: € 1.268).
Bij een inkomen hoger dan € 20.711 wordt de algemene heffings­korting lager (afbouw) naar mate het inkomen hoger is. De algemene heffings­korting is nihil bij een inkomen hoger dan € 68.507.

Met ingang van 2023 vervalt de uitbetaling van de algemene heffings­korting aan de minst­verdienende partner geheel. In aanloop daarnaar­toe wordt de uit­betaling van de algemene heffings­korting jaarlijks verlaagd als de minst­verdienende partner is geboren na 1962. De maximale uit­betaling van de algemene heffings­korting aan de minst­verdienende partner in 2020 is 20%.

Arbeids­korting 2020

Om het verschil tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen wordt vanaf 2020 tot en met 2028 de zelfstandigenaftrek verlaagd tot ongeveer 2/3 van het huidige niveau. Daartegenover staat dat de arbeidskorting met ingang van 2020 in drie jaarlijkse stappen wordt verhoogd.
In 2020 wordt de maximale arbeids­korting bij de inkomsten­belasting volgens het Belastingplan 2020 verhoogd naar € 3.819 (was € 3.399 in 2019). De maximale arbeids­korting wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 34.989. De hoogte van de arbeids­korting is afhankelijk van het inkomen.
Naar mate het inkomen stijgt, wordt de arbeids­korting verlaagd. In 2020 ligt het inkomen vanaf welk punt de arbeids­korting wordt verlaagd op € 34.989. Vanaf dat punt wordt de arbeids­korting met 6% afgebouwd. Door deze belasting­wijzigingen komt de arbeids­korting in 2020 bij een inkomen van circa € 98.600 uit op nihil.

Als de minst­verdienende partner de arbeids­korting niet (volledig) tegen de eigen inkomsten­belasting kan verzilveren, wordt de arbeids­korting (deels) aan hem uit­betaald mits de meest­verdienende partner voldoende inkomsten­belasting betaalt. In 2020 wordt de uitbetaal­baarheid van de arbeids­korting bij voldoende partner­inkomen beperkt tot 20%.

Arbeidskorting vanaf 2021
De verwachte maximale arbeids­korting in 2021 bedraagt € 4.143, wat wordt bereikt bij een inkomen van ongeveer € 36.000.


Tarief­maatregel grondslag­verminderende posten vanaf 2020

Met ingang van 1 januari 2020 wordt afgebouwd het aftrektarief waartegen grondslag­verminderende posten bij de inkomsten­belasting in aanmerking worden genomen bij belasting­plichtigen met een inkomen in de hoogste tarief­schijf. Het aftrektarief wordt verlaagd naar 46% in 2020, naar 43% in 2021, naar 40% in 2022, om in 2023 uit te komen op het basistarief inkomstenbelasting.
Deze belasting­wijziging zal onder andere betrekking hebben op de uitgaven voor onderhouds­verplichtingen, de uitgaven voor specifieke zorgkosten, de weekend­uitgaven voor gehandi­capten, de scholings­uitgaven en de aftrekbare giften.


Vervallen aftrek scholings­uitgaven in 2020

De afschaffing van de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven wordt als sinds 2016 genoemd. In plaats daarvan komt de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Het moment van afschaffing van de fiscale aftrek is gelijk aan het moment van inwerkingtreding van de Subsidieregeling STAP-budget, hetgeen niet haalbaar blijkt per 1 januari 2020. Daarom zal in 2020 nog gebruik kunnen worden gemaakt van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven.


MAATREGELEN BETREFFENDE DE WONING

Lagere hypotheekrente­aftrek bij toptarief in 2020

Als uw inkomen valt in de hoogste tariefschijf dan is de betaalde rente in verband met de eigen woning niet geheel aftrekbaar bij de inkomsten­belasting. Sinds 2014 wordt jaarlijks het tarief waartegen de rente wordt afgetrokken verlaagd met 0,5%. Volgens het Belastingplan 2019 wordt het aftrektarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning in aanmerking worden genomen, met ingang van 1 januari 2020 versneld afgebouwd. Het aftrektarief wordt in 2020 verlaagd naar 46%, in 2021 verlaagd naar 43%, in 2022 verlaagd naar 40%, om in 2023 uit te komen op het basistarief inkomstenbelasting.


Verlaging eigenwoning­forfait 2020

In 2018 is besloten dat het (basis)­percentage van het eigenwoning­forfait bij een eigenwoningwaarde van meer dan € 75.000 (thans 0,65%) wordt verlaagd naar 0,60% in 2020.

Verdere verlaging eigenwoning­forfait 2021-2023
Het Belastingplan 2019 geeft aan dat in de volgende jaren het (basis)percentage van het eigenwoning­forfait verder wordt verlaagd: naar 0,50% in 2021 en 2022, tot 0,45% in 2023 (percentages zijn een schatting, die kunnen nog wijzigen afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkeling van huur- en woningprijzen).


Vervallen voor­deel bij geen of geringe eigen­woning­schuld (aflosboete)

In 2017 is besloten om "de wet Hillen" geheel af te schaffen met ingang van 2048. Door deze belasting­wijziging vervalt het sinds 2005 bij de inkomsten­belasting geldende voordeel voor eigenaar-bewoners met geen of een lage eigen­woning­schuld dat zij per saldo geen belasting hoeven te betalen over de inkomsten uit eigen woning. Dit voordeel wordt met ingang van 1 januari 2019 over een periode van 30 jaren in delen af­gebouwd. De afbouw vindt plaats met jaar­lijkse stappen van 3 1/3%, in 2020 wordt het voor­deel dus verlaagd naar 93 1/3%.


BIJTELLING ELEKTRISCHE AUTO

Het lage bijtellingspercentage voor privégebruik van een elektrische auto van de zaak gaat in 2020 omhoog naar 8 procent. In de volgende jaren stijgt het verder naar het algemene bijtellingspercentage van 22 procent in 2026. Het lage bijtellingspercentage geldt in 2019 bij een maximum cataloguswaarde van € 50.000. Dat bedrag wordt in 2020 verlaagd naar € 45.000 en in 2021 verder verlaagd naar € 40.000.

Qua autobelastingen zal ten behoeve van de volgende kabinetsformatie onderzoek worden gedaan naar een ander systeem van autobelastingen gericht op het betalen naar gebruik na 2025.


WIJZIGINGEN VERMOGENS­RENDEMENTS­HEFFING BOX 3

Het fictieve rendement van box 3 in 2020

Het Belastingplan 2020 bevat geen wijzigings­voorstellen betreffende box 3 van de inkomsten­belasting. Met ingang van 2020 worden alleen de bedragen verhoogd met een inflatie­correctie en de gehanteerde rendementen geactualiseerd.
Als gevolg daarvan wordt de vermogens­vrijstelling met ingang van 2020 verhoogd naar € 30.846 (2019 was € 30.360) (€ 61.692 voor fiscale partners gezamenlijk).
De hoogte van het fictieve rendement van de vermogens­rendements­heffing wordt in 2020 verlaagd naar 1,7991% (2019 was 1,94%) bij minder dan € 72.797 heffings­grondslag (vermogen € 103.643 minus € 30.846 vrij­stelling). Bij een heffings­grondslag tussen € 72.797 en € 1.005.572 wordt het fictieve rendement verlaagd tot 4,2233% (2019 was 4,42%). Bij een heffings­grondslag boven € 1.005.572 zal in 2020 een forfaitair rendement van 5,33% gaan gelden (2019 was 5,60%).


Aanpassing box 3 in 2022

Een wetsvoorstel voor aanpassing van box 3 zal voor de zomer van 2020 worden ingediend bij de Tweede Kamer. Doel is dat het nieuwe systeem op 1 januari 2022 ingaat.


MAATREGELEN VOOR OUDEREN

Verhoging ouderen­korting 2020

Het maximum­bedrag van de ouderen­korting bij de inkomsten­belasting wordt verhoogd naar € 1.622 (2019 was € 1.596).
Bij een verzamel­inkomen hoger dan € 37.372 wordt de ouderen­korting afgebouwd met 15%.


Verhoging alleen­staande ouderen­korting 2020

Iemand die een AOW-uitkering krijgt voor een alleen­staande - of daar recht op heeft - krijgt de alleen­staande ouderen­korting bij de inkomsten­belasting. In 2020 wordt de alleen­staande ouderen­korting verhoogd van € 429 naar € 436.


ENERGIEBELASTING OP GAS EN ELEKTRICITEIT

De tarieven van de Opslag duurzame energie (ODE) worden zo gewijzigd dat huishoudens in verhouding minder gaan bijdragen en bedrijven meer. De ODE wordt verhoogd in de derde en vierde schijf (vanaf 1.000.000m3 gas en 50.000 kWh), wat dus neerslaat bij de grootverbruikers. Onderdeel van de tariefstelling voor de ODE 2020 is een verhoging van de belastingvermindering in de energiebelasting met € 55,00. Deze verhoging van de belastingvermindering vermindert het effect van de verhoging van de opslagtarieven in eerste schijf bij een aardgasverbruik tot 170.000m3 van € 0,0524 naar € 0,0775 en bij een elektriciteitsverbruik tot 10.000 kWh van € 0,0189 naar € 0,0273.

Eind juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. Om het aardgasgebruik terug te dringen wordt aardgas hoger belast. Om elektriciteitsgebruik te stimuleren wordt de energiebelasting op elektriciteit lager. Met deze verschuiving worden investeringen in verduurzaming gestimuleerd.

De energiebelasting van de eerste schijf aardgas (tot 170.000m3) wordt in 2020 verhoogd met € 0,04 per m3 naar € 0,33307 en vervolgens steeds met € 0,01 per m3 per jaar gedurende zes jaren. De extra belastingopbrengst wordt teruggegeven via verhoging van de belastingvermindering. In 2018 was al besloten om in de eerste tariefschijf energiebelasting op elektriciteit (tot 10.000 kWh) het tarief 2020 met € 0,00247 te verlagen naar € 0,0977. In de jaren 2021 tot en met 2026 wordt het tarief steeds verlaagd, in 2026 bedraagt de totale verlaging € 0,024 per kWh.

De belastingvermindering op de energiebelasting wordt verhoogd naar € 453,68 (2019 was € 257,54).

De salderingsregeling voor zelf opgewekte elektriciteit blijft bestaan tot en met 2022. Vanaf 2023 wordt de salderingsregeling geleidelijk afgebouwd. Ook in de toekomst betalen kleinverbruikers geen energiebelasting, BTW en ODE over de zelfopgewekte elektriciteit, mits die direct wordt verbruikt of opgeslagen achter de aansluiting.


, , laatst bijgewerkt: 23-09-2019.


« terug naar het nieuwsoverzicht


contact icoon Ostraka belastingadviseurs

Contact

Ostraka belastingadviseurs BV
Postbus 44
4284 ZG  RIJSWIJK N-Br
T 0183-760522
info@ostraka.nl
  • Ostraka belastingadviseurs BV
  • 0183-76 05 22
  • info@ostraka.nl
  • Postbus 44
  • 4284 ZG
  • RIJSWIJK N-Br.