BELASTINGWIJZIGINGEN 2021 VOOR PARTICULIEREN

15

sept

Let op: het onderstaande artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2021. Wilt u informatie over de belastingwijzigingen per 1 januari 2022, klik dan hier om daarover te lezen.


BELASTINGPLAN 2021

Op deze webpagina geven wij in het kort een overzicht van de voor particulieren belangrijkste belasting­wijzigingen die per 1 januari 2021 zijn ingevoerd volgens de op Prinsjesdag 2020 gepresen­teerde Miljoenennota 2021, het Belastingplan 2021 en een aantal andere wijzigings­wetten.
Het Belastingplan is op 12 november 2020 door de Tweede Kamer aangenomen en op 15 december 2020 door de Eerste Kamer aangenomen.


MAATREGELEN BETREFFENDE HET INKOMEN

Inkomsten­belasting­tarieven 2021 box 1

De inkomstenbelasting in box 1 kent sinds 2020 nog maar twee tarieven. Het tarief in de eerste schijf (tot en met € 68.507) is in 2021 verlaagd van 37,35% naar 37,10%. Het toptarief van de inkomsten­belasting (bij een inkomen vanaf € 68.507) blijft in 2021 49,50%.

Voor AOW-gerechtigden kent box 1 in 2021 drie tarieven. Het tarief in de eerste schijf is in 2021 verlaagd van 19,45% naar 19,20% (bij een inkomen tot ongeveer € 35.000). In de tweede schijf van de inkomsten­belasting is het tarief in 2021 verlaagd naar 37,10% (was in 2020 37,35%). Het toptarief van de inkomsten­belasting (bij een inkomen vanaf € 68.507) blijft in 2021 49,50%.


Algemene heffings­korting 2021

De maximale algemene heffings­korting bij de inkomsten­belasting is door het Belastingplan 2021 verhoogd naar € 2.837 in 2021 (was in 2020 € 2.711). De algemene heffings­korting voor AOW-gerechtigden is verhoogd naar € 1.469 in 2021 (was in 2020 € 1.413).
Bij een inkomen hoger dan € 21.043 wordt de algemene heffings­korting lager (afbouw) naar mate het inkomen hoger is. De algemene heffings­korting is nihil bij een inkomen hoger dan € 68.508.

Met ingang van 2023 vervalt de uitbetaling van de algemene heffings­korting aan de minst­verdienende partner geheel. In aanloop daarnaar­toe wordt de uit­betaling van de algemene heffings­korting jaarlijks verlaagd als de minst­verdienende partner is geboren na 1962. De maximale uit­betaling van de algemene heffings­korting aan de minst­verdienende partner in 2021 is 13,3%.

Arbeids­korting 2021

Om het verschil tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen wordt vanaf 2020 tot en met 2036 de zelfstandigenaftrek verlaagd tot ongeveer 50% van het niveau 2020. Daartegenover staat dat de arbeidskorting met ingang van 2020 in drie jaarlijkse stappen wordt verhoogd.
In 2021 is de maximale arbeids­korting bij de inkomsten­belasting verhoogd naar € 4.205 (was € 3.819 in 2020). De hoogte van de arbeids­korting is afhankelijk van het inkomen. De maximale arbeids­korting wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 35.652.
Naar mate het inkomen verder stijgt, wordt de arbeids­korting verlaagd met een afbouw van 6%. Door deze belasting­wijzigingen komt de arbeids­korting in 2021 bij een inkomen van circa € 105.700 uit op nihil.

Als de minst­verdienende partner de arbeids­korting niet (volledig) tegen de eigen inkomsten­belasting kan verzilveren, dan wordt de arbeids­korting (deels) aan hem/haar uit­betaald, mits de meest­verdienende partner voldoende inkomsten­belasting betaalt. In 2021 is de uitbetaal­baarheid van de arbeids­korting bij voldoende partner­inkomen beperkt tot 13,3% (was 20% in 2020).


Tarief­maatregel grondslag­verminderende posten

Sinds 1 januari 2020 vindt er afbouw plaats van het aftrektarief waartegen grondslag­verminderende posten bij de inkomsten­belasting in aanmerking worden genomen bij belasting­plichtigen met een inkomen in de hoogste tarief­schijf. Het aftrektarief is verlaagd naar 43% in 2021 (naar 40% in 2022, om vervolgens in 2023 uit te komen op het basistarief inkomstenbelasting).
Verlaging van het aftrektarief heeft onder andere betrekking op de uitgaven voor onderhouds­verplichtingen, de uitgaven voor specifieke zorgkosten, de weekend­uitgaven voor gehandi­capten en de aftrekbare giften.


MAATREGELEN BETREFFENDE DE WONING

Lagere hypotheekrente­aftrek bij toptarief in 2021

Als uw inkomen valt in de hoogste tariefschijf dan is de betaalde rente in verband met de eigen woning niet geheel aftrekbaar bij de inkomsten­belasting. Sinds 2014 wordt jaarlijks het tarief waartegen de rente wordt afgetrokken verlaagd. In 2019 is besloten om het aftrektarief versneld af te bouwen. Het aftrektarief is in 2021 verlaagd naar 43% (2020 was 46%) en in 2022 naar 40% om in 2023 uit te komen op het basistarief inkomstenbelasting.


Verlaging eigenwoning­forfait 2021

In 2019 is besloten dat het (basis)percentage van het eigenwoning­forfait in 2021 wordt verlaagd naar 0,50% (2020 was 0,60%).


Vervallen voor­deel bij geen of geringe eigen­woning­schuld (aflosboete)

In 2017 is besloten om "de wet Hillen" geheel af te schaffen met ingang van 2048. Door deze belasting­wijziging vervalt het sinds 2005 bij de inkomsten­belasting geldende voordeel voor eigenaar-bewoners met geen of een lage eigen­woning­schuld dat zij per saldo geen belasting hoeven te betalen over de inkomsten uit eigen woning. Dit voordeel wordt met ingang van 1 januari 2019 over een periode van 30 jaren in delen af­gebouwd. De afbouw vindt plaats met jaar­lijkse stappen van 3 1/3%. In 2021 is het voor­deel dus verlaagd naar 90%.


BIJTELLING ELEKTRISCHE AUTO

Het lage bijtellingspercentage voor privégebruik van een elektrische auto van de zaak is in 2021 omhoog gegaan naar 12% (2020 was 8%). In de volgende jaren stijgt het verder naar het algemene bijtellingspercentage van 22% in 2026. Het lage bijtellingspercentage geldt in 2021 bij een maximum cataloguswaarde van € 40.000 (2020 was € 45.000). Dit maximum geldt niet voor waterstofauto's en zonnecelauto's.


WIJZIGINGEN VERMOGENS­RENDEMENTS­HEFFING BOX 3

Aanpassingen box 3 in 2021

Het Belastingplan 2021 bevat geen grote wijzigings­voorstellen betreffende box 3 van de inkomsten­belasting. Met ingang van 2021 zijn de heffingsvrije bedragen verhoogd, de schijfgrenzen aangepast en de gehanteerde rendementen geactualiseerd.
De vermogens­vrijstelling is met ingang van 2021 verhoogd naar € 50.000 (2020 was € 30.846) (€ 100.000 voor fiscale partners gezamenlijk). Tegenover de verhoging van deze vrijstelling staat een verhoging van het belastingtarief naar 31% (was in 2020 30%). Per saldo wordt minder belasting betaald bij een vermogen tot circa € 220.000 (voor partners € 440.000), daarboven wordt per saldo in 2021 meer belasting betaald.
De hoogte van het fictieve rendement van de vermogens­rendements­heffing is in 2021 verhoogd naar 1,898% (2020 was 1,789%) bij minder dan € 50.000 heffings­grondslag (vermogen € 100.000 minus € 50.000 vrij­stelling). Bij een heffings­grondslag tussen € 50.000 en € 950.000 is het fictieve rendement verhoogd tot 4,501% (2020 was 4,186%). Bij een heffings­grondslag boven € 950.000 geldt in 2021 een forfaitair rendement van 5,69% (2020 was 5,28%).


Fundamentele aanpassing box 3

Bij box 3 is belasten van het werkelijke rendement het uiteindelijke doel voor het Kabinet, maar dit is niet te realiseren op korte termijn. Om toch een groot deel van de spaarders tegemoet te komen, zijn bovengenoemde wijzigingen aangebracht.


MAATREGELEN VOOR OUDEREN

Verhoging ouderen­korting 2021

Het maximum­bedrag van de ouderen­korting bij de inkomsten­belasting is verhoogd naar € 1.703 (2020 was € 1.622).
Bij een verzamel­inkomen hoger dan € 37.970 wordt de ouderen­korting afgebouwd met 15%.


Verhoging alleen­staande ouderen­korting 2022

Iemand die een AOW-uitkering krijgt voor een alleen­staande - of daar recht op heeft - krijgt de alleen­staande ouderen­korting bij de inkomsten­belasting. In 2021 is de alleen­staande ouderen­korting verhoogd van € 436 naar € 443.


DIFFERENTIATIE OVERDRACHTSBELASTING

Met ingang van 1 januari 2021 geldt bij de overdrachtsbelasting een vrijstelling voor de verkrijging van een woning door iemand die tussen de 18-35 jaar oud is.
Al een aantal jaren geldt voor woningen een verlaagd tarief van 2%. Met ingang van 2021 is dat verlaagde tarief beperkt tot verkrijgingen door natuurlijke personen die de woning daadwerkelijk zelf gaan bewonen.
Alle overige verkrijgingen van woningen worden belast tegen het algemene tarief, dat met ingang van 2021 is verhoogd naar 8% (2020 was 6%).


Let op: het bovenstaande artikel gaat over de wetswijzigingen per 1 januari 2021. Wilt u informatie over de belastingwijzigingen per 1 januari 2022, klik dan hier om daarover te lezen.


, , laatst bijgewerkt: 3-3-2021.


« terug naar het nieuwsoverzicht


contact icoon Ostraka belastingadviseurs

Contact

Ostraka belastingadviseurs BV
Postbus 44
4284 ZG  RIJSWIJK N-Br
T 0183-760522
info@ostraka.nl
  • Ostraka belastingadviseurs BV
  • 0183-76 05 22
  • info@ostraka.nl
  • Postbus 44
  • 4284 ZG
  • RIJSWIJK N‑Br.