ostraka
ostraka
Verontreinigingsheffing Rijkswateren

VERONTREINIGINGSHEFFING RIJKSWATEREN

Indien u als gebruiker (afval)water loost op een oppervlaktewaterlichaam dat bij het Rijk in beheer is, dan wordt daarvoor aan u door het Bureau verontreinigingsheffing Rijkswateren (BVR) een aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren opgelegd.

Of een oppervlaktewaterlichaam in beheer is bij het Rijk wordt bepaald door het Waterbesluit en de Waterregeling. Het Waterbesluit geeft aan dat het op hoofdlijnen gaat om het nationale hoofdwatersysteem, bestaande uit de grote rivieren en kanalen en het IJsselmeer, alsmede de Noordzee en de Waddenzee, met een aantal daarmee in sterke wisselwerking staande andere wateren. De precieze afbakening wordt aangegeven op de kaarten bij de Waterregeling.

BEREKENING HOOGTE VERONTREINIGINGSHEFFING

Een aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren wordt opgelegd naar de mate van vervuiling. Dit wordt genoemd de vervuilingswaarde. De vervuilingswaarde wordt in een aantal vervuilingseenheden uitgedrukt. Het aantal vervuilingseenheden wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd en aan de hand van de stoffen die zich daarin bevinden.

Vanaf 1 juli 2014 wordt verontreinigingsheffing alleen nog opgelegd over zuurstofbindende stoffen. Met ingang van die datum is de voorheen bestaande heffing op zware metalen afgeschaft.

Hoe de hoogte van de aanslag wordt bepaald hangt af van de aard van uw bedrijf en het aantal vervuilingseenheden dat wordt geloosd. De hoogte van de aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren kan op meerdere wijzen worden bepaald. Namelijk door toepassing van een forfait van 1 of 3 vervuilingseenheden, door toepassing van de tabel afvalwatercoŽfficiŽnten of door de methode van meting, bemonstering en analyse.

Tabelbedrijf verontreinigingsheffing Rijkswateren

Bij een tabelbedrijf kan de aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren worden vastgesteld aan de hand van de tabel afvalwatercoŽfficiŽnten. Daarbij wordt dan gehanteerd de voor een bedrijf of een bedrijfsonderdeel genormeerde vervuilingswaarden per m3 ingenomen water. Op grond daarvan wordt het bedrijf ingedeeld in ťťn van de 15 tabelklassen. Daaruit volgt dan de afvalwatercoŽfficiŽnt die door BVR wordt gehanteerd bij de aanslag. De hoogte van het aanslagbedrag wordt vervolgens door BVR bepaald door de afvalwatercoŽfficiŽnt en de hoeveelheid ingenomen water met elkaar te vermenigvuldigen.

Ostraka belastingadviseurs beoordeelt voor u of uw bedrijf is ingedeeld in de juiste tabelklasse en of de hoeveelheid ingenomen water op de juiste wijze is vastgesteld.

Het kan voorkomen dat er sprake is van wisselingen in de mate van vervuiling van het afvalwater, of dat de vervuiling in uw situatie niet overeenkomt met de voor uw branche bepaalde genormeerde vervuilingswaarde. Het is dan mogelijk dat het voordeliger is om de vervuilingswaarde via meting, bemonstering en analyse te bepalen. Wij adviseren u graag over de meest gunstige aanpak in uw geval.

Meetbedrijf verontreinigingsheffing Rijkswateren

Bij een meetbedrijf wordt de aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren vastgesteld door de hoeveelheid afvalwater te meten, het afvalwater te bemonsteren en vervolgens die monsters te analyseren. De wijze van meting en bemonstering moet samen met een beschrijving van de te gebruiken apparatuur, voor de start van het belastingjaar door uw bedrijf worden medegedeeld aan het Bureau verontreinigingsheffing Rijkswateren.

Eigenlijk moet meting, bemonstering en analyse dagelijks plaatsvinden, maar in veel gevallen kan met een lagere frequentie worden volstaan. Als u daarvan gebruik wilt maken dan moet u een aanvraag voor een meetbeschikking indienen bij het BVR.

Als door u stoffen worden geloosd die in het natuurlijk milieu niet of nagenoeg niet afbreekbaar zijn, dan kan een hoedanigheidscorrectie (T-correctie) worden toegepast op het door middel van analyse bepaalde chemisch zuurstofverbruik (CZV). Daartoe dient u een aanvraag in te dienen bij het BVR. Toepassing van de T-correctie heeft tot gevolg dat de vervuilingswaarde en de uiteindelijke heffing lager uitvallen.

Als door uw bedrijf oppervlaktewater wordt ingenomen en dat na gebruik weer wordt geloosd in het oppervlaktewater, dan kan de in het ingenomen water aanwezige vervuiling in mindering worden gebracht op de vervuilingswaarde die aanwezig is in het weer geloosde afvalwater.

Wij beoordelen uw situatie voor u zodat u weet of door uw onderneming niet te veel verontreinigingsheffing Rijkswateren wordt betaald.

BELASTINGPLICHTIGE VERONTREINIGINGSHEFFING

Als de lozing plaats vindt vanuit een bedrijfsruimte dan moet de verontreinigingsheffing worden betaald door de gebruiker van die bedrijfsruimte. Het kan echter ook voorkomen dat de eigenaar als belastingplichtige wordt aangemerkt. Dat doet zich voor als sprake is van het in delen in gebruik geven van een bedrijfsruimte of als sprake is van het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik.

Als de lozing plaats vindt met behulp van een riolering dan moet de aanslag worden betaald door de beheerder van die riolering. In andere gevallen is belastingplichtig degene die het afvalwater loost op Rijkswater.

AANGIFTE VERONTREINIGINGSHEFFING RIJKSWATEREN

Ten behoeve van de aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren kunt u van het BVR een biljet ontvangen om aangifte in te dienen. Via die aangifte moeten de gegevens worden opgegeven die relevant zijn voor de hoogte van de aanslag die aan uw bedrijf zal worden opgelegd. Belangrijk is dus dat het aangiftebiljet op de juiste wijze wordt ingevuld. Wij helpen u graag bij het op de juiste wijze indienen van de aangifte verontreinigingsheffing Rijkswateren.

AANSLAG WIJKT AF VAN DE AANGIFTE?

Het BVR heeft het recht om bij de aanslag af te wijken van uw aangifte. De beoordeling van de reden van de afwijking, de daarbij gehanteerde onderbouwende informatie, de vraag of de door BVR toegepaste schattingen correct zijn, etc. vergt gedegen kennis van het formele belastingrecht en de verontreinigingsheffing. Wij beoordelen voor u of terecht is afgeweken van de aangifte en maken namens u eventueel bij BVR bezwaar tegen de opgelegde aanslag.

BOETE BIJ ONJUISTE AANGIFTE

Als u de aangifte verontreinigingsheffing niet (of niet tijdig) heeft ingediend, kan daarvoor een verzuimboete worden opgelegd door het Bureau verontreinigingsheffing Rijkswateren. Als u de aangifte opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig heeft ingediend, kan het BVR een vergrijpboete opleggen. Ostraka belastingadviseurs beoordeelt voor u of een opgelegde boete terecht is en zo nodig dienen wij namens u een bezwaarschrift in bij het BVR.

NIET EENS MET DE OPGELEGDE AANSLAG?

Het kan voorkomen dat u van het BVR een aanslag heeft gekregen waarvan u vermoedt dat die niet juist is. In zoín geval adviseren wij u en indien nodig voeren wij namens u een bezwaarprocedure. Bent u het niet eens met een aanslag verontreinigingsheffing Rijkswateren en wilt u daartegen bezwaar indienen? Neem dan voor een vrijblijvende kennismaking contact op met Ostraka belastingadviseurs.

BEOORDELING VAN UW BEDRIJFSSITUATIE

De manier waarop door uw onderneming water wordt gebruikt heeft meestal invloed op het bedrag aan verontreinigingsheffing Rijkswateren dat u betaalt. Een analyse vanuit het oogpunt van de verontreinigingsheffing van de uitgaande en ingaande waterstromen kan in beeld brengen of er mogelijkheden zijn om de aanslagen verontreinigingsheffing voor de komende jaren te verlagen.

Misschien bestaan er ook mogelijkheden om uw bedrijf voor de verontreinigingsheffing fiscaal te splitsen in meerdere bedrijfsonderdelen waarbij het te betalen bedrag lager wordt dan uw huidige aanslag.

Neem contact op met ons om de mogelijkheden in uw situatie te bespreken.

REGELGEVING VERONTREINIGINGSHEFFING RIJKSWATEREN

De regels betreffende de verontreinigingsheffing Rijkswateren zijn weinig overzichtelijk omdat die regels over veel plaatsen zijn verdeeld. Relevant zijn:

Ostraka belastingadviseurs BV  ē  Postbus 44   ē   4284 ZG   RIJSWIJK N-Br.   ē   T 0183-76 05 22    ē  info@ostraka.nl