Forensenbelasting

  • WAT IS FORENSENBELASTING?

    Forensenbelasting kan volgens de Gemeentewet door een gemeente worden geheven van personen die op meer dan negentig dagen in een jaar voor zichzelf of voor hun gezin een gemeubileerde woning (zie hieronder voor dat begrip) tot hun beschikking hebben, zonder dat zij in die gemeente hoofdverblijf hebben. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid van een slaapforensenbelasting als er meer dan negentig dagen nachtverblijf wordt gehouden. De slaapforensenbelasting wordt in de praktijk vrijwel niet gebruikt door gemeenten, deze pagina gaat daarom niet in op die slaapforensenbelasting.

    De wettelijke grondslag voor de forensenbelasting is artikel 223 Gemeentewet. De forensenbelasting moet door de gemeenteraad verder worden uitgewerkt in de gemeentelijke forensenbelastingverordening. Daarin wordt precies aangegeven wanneer u forensenbelasting moet betalen. Elke gemeente – niet alleen de toeristische – mag een forensenbelasting heffen. In 2021 zijn er ongeveer 170 gemeenten die forensenbelasting heffen.

    In het spraakgebruik is een forens iemand die in een andere plaats werkt dan zijn woonplaats en daarom op werkdagen reist tussen de woonplaats en het werk. De forensenbelasting ziet op iets totaal anders. De forensenbelasting heeft als doel om niet-inwoners die een gedeelte van het jaar wel in de gemeente verblijven te laten bijdragen aan de inkomsten van de gemeente, omdat zij van de algemene voorzieningen van de gemeente profiteren. De opbrengst van de heffing behoort tot de algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad is dus vrij om te kiezen waaraan de opbrengst wordt besteed. In 2016 was de gezamenlijke opbrengst van de forensenbelasting voor alle gemeenten tezamen € 30 miljoen.

    De forensenbelasting moet jaarlijks worden betaald aan de gemeente bovenop de andere gemeentelijke belastingen die ook door inwoners zijn verschuldigd, zoals OZB (Hof Den Bosch 20 mei 2016 betreffende gemeente Schouwen-Duiveland), afvalstoffenheffing en rioolheffing (Hof Den Haag 23 november 2011). De eigenaar van een vakantiewoning betaalt daardoor in totaal meer gemeentelijke belastingen dan een inwoner van die gemeente.


    WAT IS EEN GEMEUBILEERDE WONING?

    Voor de forensenbelasting is niet van belang of hetgeen dat als woning dient een roerende of een onroerende zaak is. De aanwezige voorzieningen spelen een veel belangrijkere rol om te bepalen of er sprake is van een "gemeubileerde woning". Volgens de rechtspraak moet het gaan om een aantal voorzieningen die in de meest eenvoudige woning niet mogen ontbreken, zoals kookgelegenheid, toilet, wasgelegenheid, aansluiting op nutsvoorzieningen, aansluiting op de riolering en aanwezigheid van meubilair (bed, tafel en stoel). Over de vraag wie moet bewijzen of er al dan niet sprake is van een "gemeubileerde woning" is de rechtspraak verdeeld (Rechtbank Noord-Nederland 27 juni 2019 betreffende gemeente Westerveld en Rechtbank Rotterdam 16 september 2020 betreffende gemeente Goeree-Overflakkee geheven door SVHW). Ostraka belastingadviseurs beoordeelt graag voor u of voldaan is aan de eisen van een "gemeubileerde woning" volgens de rechtspraak en dient zo nodig voor u een bezwaarschrift bij de heffingsambtenaar in.

    Forensenbelasting wordt niet alleen geheven ter zake van een vakantiewoning, recreatiewoning, vakantie­huisje of chalet (al dan niet op een recreatie-, bungalow- of vakantiepark), maar ook als u een tweede woning heeft. Een stacaravan of woonboot is vaak een "gemeubileerde woning" voor de forensenbelasting. Sommige gemeenten hebben beleidsregels vastgesteld hoe wordt omgegaan met de heffing van forensenbelasting ter zake van stacaravans en chalets.


    WANNEER IS SPRAKE VAN HOOFDVERBLIJF?

    Forensenbelasting hoeft u alleen te betalen als u niet uw hoofdverblijf heeft in de gemeente waarin de "gemeubileerde woning" ligt. Waar uw hoofdverblijf is, wordt volgens art. 223 Gemeentewet naar de omstandigheden beoordeeld. Om te bepalen of u in de gemeente wel of geen hoofdverblijf heeft, is inschrijving als ingezetene van de gemeente in de Basisregistratie Personen (vroeger: GBA) daarom niet doorslaggevend. Wij beoordelen voor u of de heffingsambtenaar terecht tot de conclusie komt dat uw hoofdverblijf in een andere gemeente ligt en dienen eventueel voor u een bezwaarschrift in.

    Als u in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld hoofdverblijf heeft, dan kan van u geen forensenbelasting worden geheven. Dit is bijvoorbeeld als u – al dan niet rechtmatig – permanent uw recreatiewoning bewoont.


    WIE BETAALT FORENSENBELASTING?

    Via de forensenbelastingverordening bepaalt de gemeenteraad wie belastingplichtig is voor de forensenbelasting. Alleen een natuurlijk persoon kan belastingplichtige zijn voor de forensenbelasting. Als een vakantiewoning, recreatiewoning, vakantiehuisje of chalet op naam staat van een rechtspersoon kan soms geen forensen­belasting worden geheven (maar anders: Hof Den Haag 3 januari 2012 betreffende gemeente Schouwen-Duiveland). Ostraka belastingadviseurs licht u graag in over de mogelijkheden en maakt eventueel voor u bezwaar.


    HOOGTE FORENSENBELASTING

    Het forensenbelastingtarief wordt per gemeente bepaald door de gemeenteraad. Hoe hoog de forensenbelasting is, kan daardoor flink verschillen tussen gemeenten onderling. Er kan bijvoorbeeld worden geheven met een vast tarief per "gemeubileerde woning", een tarief gebaseerd op de oppervlakte of naar een percentage van de WOZ-waarde van de vakantiewoning, recreatiewoning, vakantiehuisje of chalet (Hof Den Bosch 20 mei 2016). In het verleden werd geoordeeld dat de hoogte van het tarief van de forensenbelasting niet hoeft te worden gemotiveerd door de gemeenteraad (Hof Arnhem 15 september 2009 betreffende gemeente Steenwijkerland). Sinds 2020 wordt in de rechtspraak echter meer nadruk gelegd op het beginsel van zorgvuldige besluitvorming en het beginsel van een deugdelijke motivering (Raad van State 12 februari 2020, r.o. 6).

    Informeer voordat u een vakantiewoning, recreatiewoning of chalet koopt naar de hoogte van de forensenbelasting in de betreffende gemeente. Let op, in de praktijk komt het voor dat het forensenbelastingtarief door de gemeenteraad van het ene op het andere jaar aanzienlijk wordt verhoogd.


    WANNEER KAN EEN AANSLAG WORDEN OPGELEGD?

    Een aanslag forensenbelasting kan pas worden opgelegd vanaf het moment dat is voldaan aan de 90-dagen-eis. Vanaf dat moment heeft de heffingsambtenaar dan maximaal drie jaren de tijd om de aanslag op te leggen.

    Als de forensenbelastingaanslag is opgelegd voor het einde van het belastingjaar, dan heeft dat wel tot gevolg dat bij de beoordeling van de 90-dagen-eis de dagen na het moment van de aanslagoplegging buiten beschouwing blijven (Hof Arnhem 15 oktober 2004 betreffende gemeente Ede).


  • 90 DAGEN BESCHIKBAAR HOUDEN

    Bij de forensenbelasting gaan bezwaar- en beroepsprocedures vaak over de vraag of de "gemeubileerde woning" meer dan negentig dagen beschikbaar wordt gehouden. Als er sprake is van verhuur maar gedurende een gedeelte van het jaar ook sprake is van eigen gebruik dan speelt de inhoud van de verhuur­bemiddelings­overeenkomst een belangrijke rol.

    Niet van belang is of u de "gemeubileerde woning" daadwerkelijk meer dan negentig dagen gebruikt. Doorslaggevend voor de forensenbelasting is of u de "gemeubileerde woning" meer dan negentig dagen voor uzelf of voor uw gezin beschikbaar heeft gehouden (dus had kunnen gebruiken). Niet vereist is dat de negentig dagen een aaneengesloten periode vormen. Het criterium van 90 dagen ziet namelijk op het totaal aantal dagen in het belastingjaar.

    Vaststelling of u de "gemeubileerde woning" voor meer dan negentig dagen tot uw beschikking had, kan complex zijn. Dagen gedurende het jaar waarop de "gemeubileerde woning" niet bruikbaar is (bijvoorbeeld door onderhoud), tellen niet mee. Dagen waarop de "gemeubileerde woning" is bestemd voor verhuur aan derden, tellen ook niet mee. Afhankelijk van de wijze waarop u de "gemeubileerde woning" verhuurt (verhuurbemiddelings­overeenkomst) en hoe u de "gemeubileerde woning" zelf gebruikt, tellen de dagen waarop u de "gemeubileerde woning" niet heeft verhuurd wel of niet mee (Hoge Raad 22 december 2006 betreffende gemeente Boarnsterhim en Hoge Raad 6 februari 2015 betreffende gemeente Ameland). Sommige gemeenten hebben beleidsregels gepubliceerd hoe de belastingplicht in verhuursituaties wordt bepaald. Aan de hand van de actuele forensen­belasting­jurisprudentie en lokale regelgeving beoordelen wij uw huidige situatie en zijn wij u graag behulpzaam bij een eventuele aanpassing van de overeenkomsten.

    Als u samen met vier of meer andere personen eigenaar bent van een "gemeubileerde woning", dan is het vaak mogelijk om dit zo vorm te geven dat niet wordt voldaan aan de 90-dagen-eis en dat heffing van forensenbelasting zo kan worden voorkomen.

    Let op als u in het buitenland woont en werkt en feitelijk nooit negentig dagen in de woning kan verblijven. Als u de "gemeubileerde woning" wel een aantal dagen zelf gebruikt, dan wordt vervolgens toch geacht dat de "gemeubileerde woning" voor meer dan negentig dagen beschikbaar is gehouden voor u zelf (Hof Amsterdam 1 oktober 2015 betreffende gemeente Bergen).


    VRIJSTELLING FORENSENBELASTING

    In artikel 223, lid 2, Gemeentewet is geregeld dat van forensenbelasting is vrijgesteld degene die tijdelijk buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft:

    • ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking (ambtenaren en defensiepersoneel);
    • ter bijwoning van de vergadering van een algemeen vertegenwoordigend orgaan (leden van de Eerste en Tweede Kamer, van de provinciale staten en van het algemeen bestuur van een waterschap);
    • ingevolge last of bevel van de overheid (gedetineerden, gedetacheerde ambtenaren en particulieren aan wie een overheidsopdracht is verstrekt).

    Daarnaast zijn van forensenbelasting vrijgesteld leden van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van andere mogendheden. Voor personeel van internationale organisaties is vaak een vergelijkbare regeling getroffen.

    Denkt u dat u onder een van de vrijstellingen valt, maar heeft u wel een aanslag forensenbelasting ontvangen? Wij beoordelen of u aan alle voorwaarden voldoet en maken eventueel voor u bezwaar bij de heffingsambtenaar.


    BEZWAAR OF BEROEP INSTELLEN?

    Als u het niet eens bent met uw aanslag forensenbelasting, dan moet binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet bezwaar worden gemaakt bij de heffingsambtenaar van de gemeente of het belastingsamenwerkingsverband die de forensenbelastingaanslag aan u heeft opgelegd. Let op dat het maken van bezwaar niet automatisch betekent dat uitstel van betaling wordt verleend.

    Bent u op zoek naar een voorbeeld bezwaarschrift forensenbelasting? Stuur ons dan per e-mail of via het contactformulier uw gegevens. Wij e-mailen u dan een modelbezwaarschrift.

    Als u het niet eens bent met de uitspraak op uw bezwaarschrift tegen de aanslag forensenbelasting, dan kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Een beroep moet bij de rechtbank worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van de uitspraak op het bezwaarschrift.

    Wij hebben veel ervaring met het voeren van bezwaar- en beroepsprocedures tegen aanslagen forensenbelasting. Wilt u bezwaar of beroep instellen? Bij ons bent u aan het juiste adres.


    MEER WETEN? NEEM CONTACT OP

    Wilt u weten wat u tegen uw aanslag forensenbelasting kan doen? Vraagt u zich af of het de moeite waard is om in bezwaar of beroep te gaan? Neem contact op met Ostraka belastingadviseurs voor een vrijblijvende kennismaking. Ook als een aanslag niet een hoog bedrag is, forensenbelasting is namelijk een jaarlijks terugkerende heffing.



    VERSCHIL MET DE TOERISTENBELASTING

    Tussen de forensenbelasting en de toeristenbelasting bestaan overeenkomsten, maar ook grote verschillen. Forensenbelasting kan alleen worden geheven van een natuurlijk persoon, terwijl toeristenbelasting ook kan worden geheven van een rechtspersoon. Forensenbelasting kan worden geheven van iemand die maar één dag feitelijk gebruik maakt van de "gemeubileerde woning" en daarnaast minimaal 90 dagen daarvan gebruik zou kunnen maken; toeristenbelasting wordt alleen geheven voor het feitelijke verblijf. De hoogte van de forensenbelasting is niet afhankelijk van de omvang van het gebruik; de heffing van toeristenbelasting is wel afhankelijk van het werkelijke verblijf. Forensenbelasting kan alleen worden geheven van degene aan wie de "gemeubileerde woning" ter beschikking staat; toeristenbelasting kan worden geheven van de verblijfhouder of van de verblijfbieder.

    Om samenloop tussen de forensenbelasting en de toeristenbelasting te voorkomen wordt vaak in de verordening geregeld dat geen toeristenbelasting hoeft te worden betaald als voor dezelfde "gemeubileerde woning" ook forensenbelasting moet worden betaald (of omgekeerd). Niet alle gemeenten kennen zo'n regeling, waardoor de vakantiewoning soms wel dubbel wordt belast.


    PUBLICATIES VAN J.C. SCHERFF OVER FORENSENBELASTING

    Mag de gemeenteraad in het licht van het gelijkheidsbeginsel onderscheid maken in het forensenbelastingtarief tussen woningen die onderdeel zijn van een recreatiesamenstel en andere woningen? Noot bij Hoge Raad 4 juni 2021 in het bestuursrechtelijk tijdschrift 'De Gemeentestem', Gst. 2021/111.

    Artikelsgewijs commentaar op art. 223 Gemeentewet (forensenbelasting) in het online naslagwerk 'De Gemeentewet en haar toepassing' van Wolters Kluwer.


    , , laatst gewijzigd 25-3-2022.





  • Ostraka belastingadviseurs BV
  • 0183-76 05 22
  • info@ostraka.nl
  • Postbus 44
  • 4284 ZG
  • RIJSWIJK N‑Br.